Interview met Hans van Selm, voorzitter ALPHEN OP ÉÉN LIJN.

‘De kracht van samenwerkende solisten’

ALPHEN OP ÉÉN LIJN is de samenwerking van vele eerste-lijns zorgverleners in Alphen aan den Rijn. Met als doel de beste gemeenschappelijke zorg voor patienten waarbij de verschillende zorgverleners optimaal op elkaar zijn afgestemd en dezelfde taal spreken. Landelijk gezien nemen de zorgverleners van ALPHEN OP ÉÉN LIJN een enorme voorsprong.

Waarom is ALPHEN OP ÉÉN LIJN bedacht?

“Het is vanuit de praktijk gegroeid. Eerst verzamelden Huisartsen, Fysiotherapeuten, Diëtisten en Apothekers zich in centra: Dillenburg; Prelude; Lupine; Medzorg en het Centrum. De zorgverleners zijn binnen hun eigen centrum gaan samenwerken. Toen het Rijk besloot alle WMO-taken (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) bij de gemeenten te leggen ontstond er behoefte aan een samenwerking buiten het eigen centrum. We wilden samenwerken aan de eenduidigheid van het zorgaanbod en een vertegenwoordiging hebben in gesprekken met zorgverzekeraars, de gemeente, de thuiszorg en de ziekenhuizen.” 

Zijn alle eerstelijns zorgverleners in Alphen aangesloten?
“Nee, nog niet alle eerstelijns zorgverleners zijn aangesloten. Het staat iedereen vrij om toe te treden, op voorwaarde dat ze de doelstelling van ALPHEN OP ÉÉN LIJN onderschrijven.”

 En wat is die doelstelling?
“De belangrijkste doelstelling is: betere eenduidige zorg voor de patiënten. Er is een ontwikkeling gaande waarbij de ziekenhuizen steeds vaker terug verwijzen naar de eerstelijns zorg. Wij willen dat de patiënt en de specialist bij alle deelnemers van ALPHEN OP ÉÉN LIJN kan rekenen op dezelfde kwaliteit zorg. Dan hoeft de specialist zich niet meer af te vragen welke huisarts wel of niet in staat is om die extra taken uit te voeren. Hij of zij kan er gewoon op rekenen dat alle zorgverleners binnen ALPHEN OP ÉÉN LIJN aan dezelfde kwaliteitsstandaard voldoen.“

Hoe zorgen jullie dat die standaard wordt gehaald?
“Als iemand wil toetreden tot ALPHEN OP ÉÉN LIJN moet hij of zij voldoen aan onze kwaliteitstandaard. We hebben indicatoren ontwikkeld om dat te meten. Het gaat er dus niet om of je iemand aardig vindt maar of er wordt voldaan aan die standaard. Daar zetten we hoog op in. Als bij meting blijkt dat er op bepaalde gebieden, bijvoorbeeld registratie, nog niet wordt voldaan aan de standaard, maken we een verbeterplan. Wij vinden het heel belangrijk om eenduidigheid in kwaliteit te brengen zodat je ook eenduidige resultaten krijgt.”

Wat zijn jullie grootste uitdagingen nu?
“De eerste is natuurlijk dat we de kwaliteit van zorg nog verder willen verbeteren. We zijn al aardig op weg. Bijvoorbeeld in de zorg voor Diabetespatiënten, daarin zit een enorm verschil met een paar jaar geleden. De patiënten worden veel meer betrokken. Bijvoorbeeld door de Prisma cursus, voor diabetespatiënten, er wordt nu zelfs gekeken of we speciale Prisma cursussen voor allochtone patiënten kunnen ontwikkelen. Dat lukt niet in een alleenstaande praktijk, maar wel in een samenwerkingsverband zoals ALPHEN OP ÉÉN LIJN. De tweede uitdaging zie ik in het gebruik van de techniek. Onderzoek toont aan dat 70% van de mensen op het spreekuur eerst op internet heeft gezocht. Daar kun je gebruik van maken. Misschien is het met de juiste inzet van die techniek wel mogelijk dat een stukje van hun zorg door patiënten met een chronische aandoening zelf wordt gedaan.

Wat zijn de hobbels op jullie weg?
“We willen graag mensen meer betrekken bij de behandeling van hun eigen aandoening. Door te stimuleren dat ze meer aan preventie gaan doen. Dat ze zien dat een pilletje extra niet altijd de beste oplossing is. Soms is meer bewegen veel beter. Die verandering leidt, behalve tot betere zorg, ook tot lagere kosten. Maar verandering van gedrag is een moeizaam proces waarbij het niet helpt dat de financiering nu zo is geregeld dat de professional zichzelf in de vingers snijdt als hij minder behandelt, want dan wordt hij ook minder betaald.” 

Jullie krijgen niet betaald voor preventie?
“De zorgverzekeraars zeggen: “als wij investeren in het voorkomen van klachten, gaat een ander daarmee aan de haal, want mensen kunnen elk jaar switchen van verzekeraar”. Maar misschien komen we nog wel eens tot een regiopolis zoals bijvoorbeeld Vitaal Vechtdal, waar de professionals hebben vastgesteld wat goede zorg is met veel aandacht voor preventie. De zorgverzekeraars kunnen deze polis dan inkopen. Dit soort ontwikkelingen stuur je als huisarts niet alleen, daar heb je een samenwerking voor nodig.“

Hoe ziet de eerstelijnszorg er over vijf jaar uit?
“Ik heb ooit iemand horen zeggen: “je verwacht dat het anders wordt, maar het wordt altijd anders dan je verwacht”. Er is in korte tijd heel veel veranderd. Natuurlijk in de organisatiegraad, maar ook in de vorm van de zorg. Ik had het net over de diabeteszorg, die lag vroeger primair bij de specialist nu ligt die zorg meer bij de huisartsen. Dat is een ontwikkeling die waarschijnlijk op meer gebieden doorzet.

Ik verwacht grote ontwikkelingen in de ICT. We lopen daarin al voorop. Patiënten hebben toegang tot het systeem, ze kunnen e-consults inboeken en afspraken maken. De uitbreiding van de mogelijkheden op dat gebied zorgen automatisch voor verandering. Ik denk ook dat de eerstelijns en tweedelijns zorg naar elkaar toe groeit. Misschien komt er wel een anderhalvelijns zorg waarbij specialisten uit het ziekenhuis naar de eerstelijnscentra komen om vanuit hun expertise te kijken of behandeling in het ziekenhuis moet plaatsvinden of dat de patiënt met een advies van de specialist gewoon thuis kan blijven onder behandeling van de huisarts. Dat heeft voordelen, want alles binnen de huisartsenpraktijk heeft geen eigen risico en uiteindelijk blijft de zorg goedkoper. Het is nu al zo dat de eerstelijnszorg 95% van de zorgvragen afhandelt tegen slechts 5% van de totale kosten.”

 Hoe kan de regering bijdragen aan betere zorg?
“Investeren in preventie.”

Wat gaan patiënten merken van ALPHEN OP ÉÉN LIJN?
“Van het organisatorische deel helemaal niets. De patiënt houdt gewoon een persoonlijk contact met zijn zorgverlener. Alleen die zorgverlener wordt gesteund en gevoed door een wat grotere organisatie. Van de uitwerking merkt de patiënt natuurlijk wel iets. De programma’s en cursussen die we ontwikkelen, het onderlinge overleg tussen zorgverleners om de persoonlijke zorg voor de patiënt te optimaliseren, allemaal zaken waar de patiënt zijn voordeel mee kan doen.“


 

Publicatiejaar: 2016
Editie: voorjaar
Link naar BETER: https://indd.adobe.com/view/6ff0d828-7220-4ea4-a2c8-3a7ea7fed5e8

Ga met deze knop naar de startpagina van het BETER archief:

­