ERIK STAANInterview met Eric Pleij, voorzitter AOEL

Erik Pleij is al ruim 30 jaar huisarts en heeft zijn praktijk bij Prelude. Sinds 1994 is Eric bestuurlijk actief binnen de zorg, onder andere in de Raad van Bestuur van Hadoks, een overkoepelende huisarts organisatie. Hij was onder andere medeoprichter van de huisartsenpost, voorzitter van de LHV-Huisartsenkring en penningmeester bij Alphen op één Lijn. Erik is getrouwd, heeft drie uitwonende kinderen en is in zijn schaarse vrije tijd een geoefend hardloper en een enthousiast lezer. 

Wat heeft je er toe gebracht om voorzitter van AOEL te worden?
“Dat komt eigenlijk voort uit mijn bestuurlijke ambitie ervoor te zorgen dat huisartsen en de eerste lijn in het algemeen, zo goed mogelijk georganiseerd en vertegenwoordigd zijn in de gesprekken over veranderingen in de zorg. Er is al veel veranderd, maar in de nabije toekomst worden nog veel meer veranderingen doorgevoerd.  Toen bij AOEL de vacature van voorzitter vrijkwam dacht ik; “nu ik toch zo’n beetje in de herfst van mijn werkbare leven ben, wil ik nog best mijn schouders zetten onder de invoering van de komende veranderingen. Zeker nu de organisatie wordt gesteund door de nieuwe directeur en het Service Bureau van AOEL’.”

Over welke grote veranderingen praat je dan?
“Er gaat nu veel aandacht naar de multidisciplinaire ketenzorg en de ICT die daarbij hoort.  Maar er staan nog meer nieuwe onderwerpen te trappelen om te worden opgepakt. Denk aan de vorming van de wijksamenwerkingsverbanden en de invoering van het sociaal domein in de zorg/hulpverlening in het algemeen. Die onderwerpen vragen veel tijd van de huisartsen, die toch al overvloedig gevulde agenda’s hebben. Dan wordt het nog belangrijker dat ze ontzorgd worden in bijzaken.

Wat bedoel je precies met ontzorgen van bijzaken?
AOEL heeft met het Service Bureau al een belangrijke stap gedaan, ook de aanstelling van praktijkmanagers bij de meeste praktijken heeft ertoe geleid dat artsen zich meer op de zorg kunnen toeleggen en zich niet met bijzaken als management, financiën en het maken van plannen bezighouden. Daarnaast zijn er werkzaamheden voor AOEL zoals personeelswerving - zeker nu het aanbod van personeel minder wordt - deskundigheidbevordering en de onomkeerbare toename van ICT-vraagstukken. Maar AOEL heeft niet de schaalgrootte om alle veranderingen het hoofd te bieden.” 

Dat betekent dat jullie veel van die kennis in moeten kopen?ERIC SMAL
“Dat doen we al, maar om deze uitdagingen zo sterk mogelijk het hoofd te bieden vinden we het verstandiger en efficiënter om met andere, soortgelijke partijen intensief samen te werken.” 

Denk je daarbij aan een fusie?
“Jazeker, een fusie met als gevolg een intensieve samenwerking op professionele en organisatorische gebieden waarvan centrale organisatie logischer is dan op AOEL of WSV-niveau.
Alphen op één lijn heeft onlangs besloten het traject op te starten  met als doel een fusie met de Regionale Organisatie van Huisartsen West Nederland (ROHWN), Rijncoepel en Zorggroep Katwijk. De opzet wordt een coöperatief samenwerkingsverband dat 540.000 patiënten vertegenwoordigt. Alphen op één Lijn zal als cluster met een eigen identiteit, en ondersteuning voor de hierbij aangesloten zorgaanbieders blijven bestaan. Dit zorgt voor ondersteuning van de wijksamenwerkingsverbanden dichtbij. 

Een sprekend voorbeeld van de voordelen van deze samenwerking is de komst van het regionaal contract dat de zorgverzekeraar wil invoeren, waarbij er een eenduidig beleid geldt voor zorgverleners als het gaat om vergoedingen en declaraties. De samenwerkende organisaties zitten hierbij als grote partij aan de onderhandelingstafel, waardoor veel werk uit handen wordt genomen van de individuele zorgverleners.” 

Ben je niet bang dat het te groot wordt?
“Nee, eerlijk gezegd niet. De huisartsenpraktijken en hun multidisciplinaire partners blijven zelfstandig opereren, maar kunnen aankloppen bij de centrale afdelingen die over expertise beschikken in bijvoorbeeld personeelswerving, deskundigheid bevordering en inkoop. De WSV’s zijn de bouwstenen van deze coöperatieve samenwerking, dat betekent dat ook WSV’s uit kleinere woonkernen zich aan kunnen sluiten en daarmee veel expertise binnen handbereik krijgen. We moeten nog een besluit nemen of Alphen op één lijn op zichzelf één wijksamenwerkingsverband blijft, of dat we binnen deze grote groep aangesloten zorgverleners onszelf gaan opsplitsen in kleinere eenheden, wel allemaal ondersteund vanuit een Alphens clusterbureau.”

Als kleine huisartsenpraktijken zich niet bij de nieuwe samenwerking aanmelden, vallen ze dan buiten de boot?
“Dat kan ik niet voorzien, de zorgverzekeraar zal het niet direct zo hard spelen denk ik, maar dat de zorg in de toekomst anders wordt ingericht is wel zeker en daar speel je wel of niet op in.”

In BETER hebben we de wijksamenwerkingsverbanden (de WSV’s) besproken. Een belangrijk element hierbij is de samenwerking met het sociaal/maatschappelijk domein, krijgt dat al vorm
“Dat is best taaie materie omdat het gaat om klachten die gerelateerd zijn aan de leefomstandigheden van mensen en geen directe lichamelijke oorzaak hebben, denk bijvoorbeeld aan mensen die zich eenzaam voelen en daar ernstige klachten van krijgen. In de eerste lijn moeten we leren alert te zijn op signalen van patiënten. Daar zijn al zorgverleners in opgeleid, maar nog niet allemaal. Meestal betekent het dat je een ander soort gesprek voert met een patiënt. Dat gesprek kost meer tijd dan een consult over lichamelijke klachten. Het is echt belangrijk dat je als zorgverlener weet naar wie je een patiënt met sociaal gerelateerde klachten kunt verwijzen. Dat is nu vaak nog onduidelijk. Zorgverleners en hulpverleners uit het sociaal domein moeten elkaar beter leren kennen. Omdat er veel partijen betrokken zijn, is dat best ingewikkeld en dus zal de uitvoering nog wel wat tijd gaan kosten. Ik weet dat de gemeente hier actief mee bezig is maar ze mag er  mijns inziens een prominentere rol in spelen en het voortouw nemen.”

Er ligt voldoende op je bord zo te horen.
“Ja, dat klopt, maar zoals ik eerder zei vind ik het belangrijk dat de zorg zich positief ontwikkelt, als ik daaraan bij kan dragen is dat toch fantastisch!”

Publicatiejaar: 2021
Editie: najaar
Link naar BETER: https://indd.adobe.com/view/c6fb5e93-b61f-4ebb-bba8-222866afbe03

Ga met deze knop naar de startpagina van het BETER archief:

­