Wat kan een fysiotherapeut of een oefentherapeut doen voor mensen met een angst- of stemmingsstoornis?
Thirza: “Door de psychische overbelasting staat het lichaam onder spanning en dat kan lichamelijke klachten leveren. In eerste instantie komen mensen dan bij de fysiotherapeut terecht. Als de klachten iedere keer terugkomen kan de Fysiotherapeut doorverwijzen naar de psychosomatisch therapeut. Een psychosomatisch therapeut is een fysiotherapeut of oefentherapeut met meer kennis van de werking van stress op het lichaam en psychische ziektebeelden. Mensen kunnen ook via bijvoorbeeld de huisarts of PraktijkondersteunerGGZ (POHggz)worden doorgestuurd om te leren omgaan met de fysieke symptomen van angstaanvallen of weer te leren bewegen bij een depressie. 

De behandeling is voor beiden anders. Iemand met angst is bang voor hartkloppingen, ademhalingsverhoging en zweten, dat zijn allemaal symptomen van een angstaanval. Die mensen moeten leren dat je bij het bewegen niet doodgaat als je hartslag verhoogt. Dan stel je eerst samen met de patiënt vast: ‘wat gebeurt er in je lijf, waar heb je last van’. Pas daarna ga je trainen en kun je het ze laten ervaren. 

Iemand met depressieve klachten is vaak volledig lamgeslagen. Alles wat ze moeten doen heeft een drempel. Die mensen wil je aan de hand meenemen om te zeggen: ‘we gaan wandelen’, want zelf komen ze er niet. Sporten bij de fysio met depressieve klachten wordt echter niet door de verzekeraar vergoed. Die begeleiding kan namelijk ook door anderen worden gegeven. Bijvoorbeeld een personal trainer of een fitness instructeur, Alphen Beweegt is er ook mee bezig. Probleem daarbij is dat deze mensen een ‘warme’ overdracht nodig hebben en dat kan in deze vorm niet altijd.”

Waar is zo’n behandeling op gebaseerd?
Annette: “Hoe je je voelt heeft invloed op je stemming en je stemming heeft weer invloed op hoe je beweegt en doet. Soms zijn mensen al geholpen als ze inzicht krijgen in hoe ze met dingen omgaan. Je kunt het vaak in de spraak al horen: ‘ik zet ook elke keer mijn schouders eronder’ of ‘ik bijt me ergens in vast’. Als mensen doorkrijgen hoe ze zelf hun klacht maken kunnen ze het in de regel oplossen. Als het complexer is, ingewikkelde trauma’s bijvoorbeeld, dan werken we samen met de psycholoog. 

Voor ons moet het lichaam altijd het aangrijpingspunt blijven. Wij zijn geen psychologen. Onze gesprekken gaan altijd over het lichaam en niet over die zwager die dit of dat heeft gedaan. Wat gebeurt er met het lichaam? In welke situaties bouw je die spanning in je lijf op en hoe kun je die spanning weer los laten. 

Mensen komen vaak binnen met de overtuiging dat er iets ‘beschadigd’ is. Het is mooi als je door een onderzoek mensen kunt laten zien dat er geen fysieke belemmering is. Dat bijvoorbeeld die rug gewoon goed kan werken. Mensen denken dan, o ja, het is toch mogelijk.  En dan komt de weg vrij om te kijken naar andere belemmeringen.

Deze vorm van Fysiotherapie is geschikt voor iedereen die kan reflecteren. Dat kan al vanaf redelijk jonge leeftijd. We zien tegenwoordig wel steeds meer tieners die worstelen met prestatiedruk, van ouders soms, maar zeker ook van Social Media.”

Hoe reageren mensen op psychosomatische therapie?
Agniese: “Mensen komen vaak binnen met de boodschap dat ‘het niet tussen hun oren zit’. Bij heel bekende klachten zoals hyperventilatie en hoofdpijn vinden ze het nog wel logisch dat dat door spanning en verkeerd ademhalen wordt veroorzaakt. Maar bij andere pijn is het veel lastiger te begrijpen dat dat ook psychosomatisch kan zijn. 

Daarom proberen we mensen zo min mogelijk te vertellen en zoveel mogelijk te laten ervaren wat ze met hun lijf doen. Dan krijg je bijvoorbeeld mensen die zeggen: ‘o maar nu heb ik door wat ik doe, iedere keer als die collega binnenkomt gaan mijn nekharen overeind staan. Daar heeft het mee te maken.’ Mensen gaan herkennen dat ze die pijn zelf maken in bepaalde situaties. En dat is een bevrijding.

Datzelfde principe geldt voor mensen die dingen niet meer doen. Bijvoorbeeld iemand wil niet de straat op. Wij vragen dan: ‘wat gebeurt er met jouw lijf op straat? Wat doe je met je ademhaling en met je spieren?’ We kunnen ze door oefening laten zien hoe het ook anders kan. Dan vragen we: ‘kun je, wat je nu hebt geleerd ook op straat?’ Als ze voelen dat ze  meer grip krijgen, gaan ze zich al snel veiliger voelen. 

82% van de klachten die een fysiotherapeut ziet heeft een psychosociale achtergrond. En dat zijn niet alleen angst- of stemmingsstoornissen. Denk aan de voetballer met een knieblessure die niet zeker is van zijn plek in het elftal, die onzekerheid kan ook een behoorlijke belemmering vormen. Het zou dus goed zijn als in de toekomst nog meer therapeuten naar beide aspecten kijken.”


 

Publicatiejaar: 2016
Editie: winter
Link naar BETER: https://indd.adobe.com/view/8d4182b3-8a71-4258-be33-4b055f1aca6f

Ga met deze knop naar de startpagina van het BETER archief:

­