3Schermafdruk 2019 04 23 10.00.51Een jaar geleden interviewden we huisarts Jaap Eysink Smeets en cardioloog Caroline Lucas, beiden waren nauw betrokken bij de ontwikkeling van het zorgprogramma ‘hartfalen’. Het zorgprogramma betekent dat patiënten die lijden aan ‘hartfalen’ na een gespecialiseerde behandeling in het ziekenhuis, thuis verdere behandeling van de huisarts en POH krijgen. Patiënten gaan voor controle en behandeling niet naar het ziekenhuis maar naar de huisartsenpraktijk, dat is laagdrempelig en dichtbij. Alleen voor calamiteiten gaat de patiënt naar het ziekenhuis. De POH is de spil van dit zorgprogramma.  (Lees het artikel uit ‘beter’ van vorig jaar).

Jaap Eysink Smeets: “Het zorgprogramma heeft enorm veel bijval gekregen en breidt zich als een olievlek uit over Nederland, zoals op bijgaand kaartje is te zien. Dat is fantastisch en ik ben ook blij met dit resultaat tot dusver. Het invoeren/uitrollen van het programma heeft best wat voeten in aarde en daar moet je als praktijk wel de ruimte voor hebben.

In Alphen hebben we het afgelopen jaar wat vertraging opgelopen met de uitrol van het programma. Huisartsenpraktijk Prelude en Lupine werken naar tevredenheid met het programma. Gezondheidscentrum Dillenburg heeft door personeelswisselingen en een overvolle agenda de uitrol nog even voor zich uit moeten schuiven. Ook bij Medzorg en Centrum wordt het zorgprogramma op te3Schermafdruk 2019 04 23 10.00.23rmijn ingevoerd. Tot die tijd ontvangen patiënten met hartfalen de zorg zoals ze die gewend zijn.

 Dat een patiënt met hartfalen naast het ziektebeeld te maken krijgt met een totaal ander leven dan voordat het hartfalen zich openbaarde moeten we uiterst serieus nemen. Vaak heeft het niet alleen impact op de patiënt maar ook op naaste omgeving en het sociale leven. Aandacht voor dit aspect van ‘hartfalen’ is in het zorgprogramma een wat minder belicht onderwerp. 

We noemen dit sociale invalidatie en daarvoor hebben we in onze ketenzorg de fysiotherapeut, de diëtist, de POH, de huisarts en de POHggz die de patiënt hierbij kunnen begeleiden. Vooral psychische hulp is belangrijk, we willen voorkomen dat een patiënt in passiviteit vervalt of in depressie terecht komt. 

Dat is niet eenvoudig, maar iemand met hartfalen kan er echt geen depressie bij hebben. Hierbij kan bijvoorbeeld een bijeenkomst van mensen met hartfalen en hun partners helpen, daarbij kunnen ervaringen worden gedeeld. 

Maar belangrijker is dat we als zorgverleners patiënten stimuleren bij de dingen ze wel kunnen en dat we ze helpen met het loslaten van wat ze niet meer kunnen.” 


3Schermafdruk 2019 04 23 10.00.40

 

Publicatiejaar: 2018
Editie: najaar
Link naar BETER: https://indd.adobe.com/view/67111bf6-fe38-4a3e-ad38-e1efad0aacff

Ga met deze knop naar de startpagina van het BETER archief:

­