Marijke HuitemaMarijke Huitema is Praktijkondersteuner bij Huisartsenpraktijk Het Centrum. Zij coacht, samen met haar collega Suzanne Winkel rokers die willen stoppen. Op dit moment behandelt ze zo’n veertig mensen. 

 Kan een roker vitaal zijn?
“Zeker, maar een roker komt er, als hij of zij gestopt is, meestal achter dat hij nog veel vitaler kan zijn. Het hangt er ook een beetje vanaf of het gaat om een jonge roker. Bij hen is het effect van stoppen op korte termijn meestal nog niet zo heel groot. Maar een oudere roker merkt het heel snel. Na drie dagen kunnen ze al verder fietsen, of ze lopen makkelijker de trap op.”

Hoe kun jij een roker helpen? 
“Door de strijd samen aan te gaan, maar wel met begrip voor waarom iemand rookt. Als je het standpunt huldigt ‘als je wilt stoppen dan kan het toch’, ben je niet geschikt om als stopcoach op te treden. Het is superbelangrijk dat een patiënt zich gehoord voelt en begrijpt waarom roken verslavend is. Er is inmiddels aangetoond dat de kans op verslaving, ook genetisch bepaald is. Dat verklaart waarom de één wel heel makkelijk weerstand kan bieden tegen de fles, gamen of roken en de ander niet. Als mensen dat leren begrijpen weten ze ook waar ze tegen knokken. 

De sigaret is de baas.
De valkuil is dat rokers denken dat ze rustig worden van roken. Op het moment dat ze een sigaret opsteken is dat ook waar, maar ze missen het feit dat ze in de eerste plaats onrustig werden door een gebrek aan nicotine. Als je om tien uur s-avonds in paniek raakt omdat je bijna geen sigaretten meer hebt, of je bent ergens mee bezig en denkt, wanneer kan ik hier weg om te roken, dan geeft dat ook stress.” 

Wat zijn de feiten over roken?
“Voor je 20e ben je veel gevoeliger voor nicotineverslaving dan daarna. Overigens, niet iedereen raakt verslaafd, bij 10 procent van de rokers is dat niet het geval. Dat zijn de mensen die alleen op een feestje roken of heel makkelijk een maand stoppen en dan weer even roken. Dat is natuurlijk voor een verslaafde onbegrijpelijk, maar er is duidelijk aangetoond dat er in de hersenen bij die 10 procent iets niet gebeurt dat bij de andere 90% wel gebeurt. Dat heeft te maken met het omzetten van nicotine in o.a. dopamine in je hersenen.”

Wat is in jouw ervaring de meest effectieve manier om te stoppen?
“Degenen die het zelf kunnen zie ik niet, ik zie degenen die iets onder de leden hebben waardoor ze moeten stoppen of zelf willen stoppen en het niet alleen kunnen. Bij het stoppen is een hulpmiddel sowieso het meest effectief, zonder hulpmiddel stoppen is wel heel spartaans. Het ene hulpmiddel is niet persé succesvoller dan het ander. Er zit niet zoveel verschil tussen de resultaten van medicatie of van nicotinevervangers, mits je wel heel goed kijkt welke nicotinevervangers je gebruikt. En soms is een combinatie van beide nodig.” 

Wat zou jij tegen onze rokende lezers willen zeggen?
“Dat ze zich nooit moeten schamen om hulp te vragen, ook al zijn ze al twintig keer gestopt. Ik ben met een mevrouw vier jaar bezig geweest en uiteindelijk is het gelukt. Dus, ook als je al heel veel pogingen hebt gedaan, je blijft altijd welkom. Roken is een van de moeilijkste verslavingen om vanaf te komen, moeilijker dan alcohol of softdrugs.”

Hoe gaan jullie te werk?
“We hebben een redelijk vast schema. We zien mensen voordat ze stoppen twee keer een half uur. Wij zeggen altijd: ‘een voorbereide stopper, heeft een grotere kans van slagen’. Het scheelt echt als mensen goed zijn voorbereid op het stopproces. Het eerste consult gaat helemaal op aan het technische gedeelte: Wat is roken nou eigenlijk? Hoe komt die verslaving? Én hoe werkt dat in je hoofd? Wat betekent roken voor jou? Welke ontwenningsverschijnselen kun je verwachten? Wat zijn de hulpmiddelen? Het tweede gesprek gaat over de toepassing in jouw dagelijks leven: Wat zijn jouw rookmomenten? Hoe kun je twijfel of stress opvangen? Hoe kun je je routine omgooien? Aan het eind van dat gesprek kiest de patiënt zijn of haar stopdatum. Als hij start met medicatie zoals Champix, moet hij daarna nog een week verder roken voordat hij echt kan stoppen.


Daarna is er telefonisch contact rond de stopdag en na een week zien we elkaar weer. Dan wordt het maatwerk. Er zijn patiënten die de eerste twee maanden elke veertien dagen even willen langskomen. Er zijn ook patiënten die alleen telefonisch contact willen. Uiteindelijk hebben we nog één keer per twee of drie maanden contact. Het laatste telefoontje vindt plaats na een jaar, dan vragen we of we ze mogen feliciteren.”


Marijke, wanneer is volgens jou iemand vitaal?
“Als iemand lekker in zijn vel zit en vindt dat hij kan doen wat hij wil doen. Soms zijn de kaders anders, zoals bij mensen met een beperking door ziekte of handicap. Maar vitaal gaat vooral over hoe jij vindt dat je in je vel zit.”

­