folder 1Mensen met kanker hebben na de diagnose ieder een eigen weg te gaan in de behandeling van de ziekte. Daarnaast kan de patiënt geconfronteerd worden met bijkomende klachten waarvoor extra zorg nodig kan zijn. Maar ook de patiënten die genezen zijn verklaard kunnen nog geruime tijd klachten hebben. Dan geeft de folder 'Tijdens en na kanker' informatie over extra zorg in de buurt. 

De bijeffecten van kanker zijn hoe dan ook vervelend maar er zijn gelukkig veel mogelijkheden in de buurt om u te ondersteunen. Zo ontstond binnen de ‘innovatiecommissie’ van Alphen op één Lijn het idee om mensen een overzicht te bieden van de mogelijkheden die dicht bij huis voor handen zijn. Initiatiefneemster Frederike Gieles benadrukt dat mensen met aan kanker gerelateerde klachten altijd in eerste instantie de huisarts en of de praktijkondersteuner kunnen raadplegen. Zij kunnen meedenken en adviseren in de keuze voor de beste zorg bij lichamelijke en mentale klachten. Dat neemt natuurlijk niet weg dat patiënten ook altijd zelf hun zorgverlener kunnen kiezen.  

Om deze keuze te vergemakkelijken is een folder ontwikkeld. De folder helpt u zorgverleners te vinden in uw directe omgeving. Op de bijgevoegde adressenlijst vindt u zorgverleners*waarvoor u een verwijzing van uw huisarts nodig heeft en zorgverleners waarbij dat niet nodig is. Allemaal zijn ze gespecialiseerd in oncologische (na)zorg: fysiotherapeuten, diëtisten, podoloog, speciaalzaken in hulpmiddelen, psychische zorg, het inloophuis waar u lotgenoten kunt ontmoeten, sportbegeleiding, adressen voor borstprotheses en lingerie en adressen voor pruiken.

De folder ligt bij alle bij Alphen op één Lijn aangesloten zorgverleners in de wachtkamer. Ook kunt u de folder en de adressenlijst downloaden op onze site.

* Als er meerdere zorgverleners uit een bepaalde beroepsgroep in Alphen aan den Rijn zijn, dan is ervoor gekozen om zorgverleners uit het samenwerkingsverband van Alphen op één Lijn te vermelden. U kunt natuurlijk altijd bij uw eigen zorgverlener vragen of ook zij oncologische zorg aanbieden. 


ZillahMede initiatiefneemster van de folder is fysiotherapeut Zillah van der Meij, zij is Oncologie en Oedeem Fysiotherapeut bij Fysio Alphen 

“In mijn praktijk zie ik dat mensen na hun behandeling in een gat vallen. Tijdens de medische behandelingen heb je al die afspraken en controles, dan word je geleefd en sta je in een soort overlevingsmodus. Hierna merk je dat al die afspraken veel minder worden en soms helemaal wegvallen. Veel mensen merken dan dat het herstel nog niet compleet is, dat ze emotioneel en fysiek nog niet zijn hersteld en behoefte hebben aan nazorg.”

Geldt dit voor alle patiënten met kanker?
“Velen voelen zich ná de medische behandelingen slechter dan tijdens de behandeling van hun kanker, omdat pas later tot hen doordringt wat er is gebeurd en welke invloed de ziekte heeft gehad op hun lichaam. 

Sommige patiënten pakken na hun herstel de draad weer op en hebben geen behoefte aan nazorg. Er zijn ook mensen die weer aan het werk gaan en de dingen doen die van ze verwacht worden. Soms ontstaat na verloop van tijd dan toch de behoefte aan nazorg. Voor de werk of leefomgeving is de patiënt genezen en men verwacht dat de patiënt alles ‘gewoon’ weer oppakt. Dat kan flink tegenvallen, er kunnen zelfs burn-out klachten ontstaan.” >>

 In de praktijk
“Mensen met kanker worden geconfronteerd met iets wat dodelijk kan zijn en door de impact daarvan kunnen fysieke alsook psychische klachten ontstaan. Mijn behandeling start ik met te vragen wat mensen willen bereiken, dat kan heel divers zijn: weer gaan werken, voor de kinderen zorgen, een hobby oppakken of weer dagelijkse activiteiten oppakken. Ik wil weten wat de fysieke en psychische belemmeringen zijn om zo achter de zorgbehoefte te komen. 

Als oncologiefysiotherapeut ben ik naast de fysieke klachten ook alert op de aanwezigheid van psychische klachten en problemen op het gebied van voeding, waar mogelijk probeer ik hierin ondersteuning te bieden en ik zal mensen altijd adviseren om hierover contact op te nemen met hun huisarts, een psycholoog en/of diëtiste.Ik behandel ook mensen die niet meer beter kunnen worden door met hen in deze moeilijke periode te werken aan het zo lang mogelijk behouden van hun kwaliteit van leven.”

“Ja, het aantal mensen dat kanker krijgt groeit, daarentegen is de ziekte ook beter behandelbaar en zullen meer mensen genezen. Dat betekent dat de behoefte aan onze nazorg steeds groter wordt.“

Foldervisual1Samenwerken
‘Bij de behandeling en de nazorg van kankerpatiënten zijn voor de vele verschillende aspecten van de ziekte meerdere zorgverleners en instanties actief en is zorg vanaf het moment van de diagnose ‘kanker’ op allerlei gebieden essentieel. Een klacht van een patiënt mag je dus ook nooit vanuit één zorgverlener benaderen. Daarom ben ik blij met de folder, deze geeft een overzicht van adressen waar patiënten en zorgverleners terecht kunnen.”

RuijsNicole Ruijs stopte met roken

Sinds haar twaalfde jaar rookte Nicole Ruijs. Roken was iets waar ze thuis mee opgroeide. Altijd werd er thuis gerookt en het was heel gewoon dat er bij feestjes glazen met sigaretten en sigaren voor de gasten klaarstonden. Ze vond roken heerlijk, had er geen hekel aan en had niet de behoefte te stoppen.

Als COPD-patiënt van Het Centrum werd ze in oktober uit-genodigd voor een COPD-informatieavond. Tijdens deze avond kwam ze in gesprek met fysiotherapeut Ronald van Ommen, hij wist dat ze niet wilde stoppen en grapte dat hij wel iemand wist waar ze maar 's mee moest gaan praten over stoppen met roken. Eind vorig jaar kreeg ze een flinke longontsteking en was weken geveld. Dat was het moment dat ze Ronald van Ommens's advies opvolgde en een afspraak met Marijke Huitema maakte. 

“Tijdens het eerste gesprek ging het helemaal niet over het moeten stoppen met roken, meer over laten we het rustig aanpakken en niets overhaasten. Dat voelde zo fijn en hierdoor gaf Marijke me vleugels. Tijdens ons tweede gesprek spraken we af dat ik na een week, op mijn vijftigste verjaardag, serieus zou stoppen met roken. Maar dat liep anders… thuisgekomen stak ik een sigaret op en dacht: Nu heb ik mijn laatste gerookt!! Ik zocht alle sigaretten en asbakken bij elkaar en gooide alles in de vuilcontainer.”

Ging je dat gemakkelijk af?

“Nee, helemaal niet. De eerste week was zwaar, echt zwaar. Gelukkig had ik veel steun aan mijn vriend die jaren eerder al was gestopt. Daarna ging het gemakkelijker. In de familie waren er in de maanden erop, veel vervelende momenten, die me gemakkelijk weer naar de sigaret hadden kunnen doen grijpen. Maar ik heb me niet laten verleiden en tegen mezelf gezegd: “Je bent niet-roker! Afblijven!” Dat ik niet meer hoest is fijn, de COPD blijft natuurlijk irritant.

Mijn gedrag richting rokers is wel wat veranderd, ik denk wel eens als ik mensen zie roken ‘stop daar mee’ zeker als ik op een terras zit en mensen naast me roken en ik in de rook van mensen naast me terecht kom. Pijnlijker vind ik als ik jonge kinderen zie roken, dan zou ik ze graag zeggen wat het kan betekenen als ze door blijven roken. Maar ja, dat gaat niet.” Door het stoppen voel ik me een stuk rustiger en heb het idee dat ik meer tijd heb. Tegen de autoritten naar België voor mijn werk zag ik voorheen altijd op, nu heb ik zoveel meer rust en kan ik me in de auto beter concentreren en van het rijden genieten. 

Marijke en ik hebben de afgelopen maanden ook wel met elkaar gebeld en daar krijg ik toch elke keer weer energie van. Ik heb binnenkort weer een gesprek met Marijke en ik wil haar dan laten zien dat het echt heeft gewerkt en ik van het roken wegblijf."

Wethouder Schotanus over de vitale gemeente

Op de website van de gemeente staat: 'Samen bouwen we de komende jaren aan een vitale gemeente waarin inwoners en organisaties een belangrijke stem krijgen. Zij zijn opdrachtgever voor hun wijk of kern.'

Schotanus2Wat bedoelt u daar mee?
“Wat ik er mee bedoel is dat de gemeente vitaliteit ondersteunende initiatieven organiseert/initieert, een luisterend oor heeft voor inwoners én initieert dat inwoners hun stem kunnen laten horen en initiatieven kunnen ontwikkelen om de leefbaarheid binnen hun wijk, kern, buurt of straat te vergroten. Dan hebben we het volgens mij over een vitale gemeente.”

Schotanus1Hoe werkt dat in de praktijk?
“Het huidige college heeft gekozen om bij de inwoners te rade te gaan en te horen wat daar nodig is. Kortom: We werken van buiten naar binnen. Om dat goed te doen heb je voelsprieten in de maatschappij nodig. Er is met regelmaat overleg met wijk- en dorpsraden over wat de behoeften en bewonersinitatieven zijn. Onze gebiedsadviseurs hebben hierin een belangrijke rol, zij staan midden in hun wijk en weten wat er speelt. Voor mijn eigen portefeuilles ga ik graag zelf op pad en laat me informeren bij verenigingen of organisaties en inwoners, ik vind het cruciaal om midden in die samenleving te staan.”

Wat levert het op?
“Vitaliteit is een containerbegrip. Voor ons wordt het 

meer tastbaar als we uitgaan van een goede gezondheid en veerkracht bij de inwoners, maar zeker ook van de veerkracht van wijken en buurten. Met collega-wethouder De Jager van jeugd, gezondheid, welzijn en zorg werken we aan preventie. We hopen daarmee zorgklachten en – kosten in de toekomst terug te dringen.Voorbeeld: Onlangs heeft het Kenniscentrum van Sport een methode ontwikkeld waarmee je kunt berekenen hoeveel kosten de maatschappij bespaart als 20% meer mensen gaan sporten/bewegen, voor Alphen betekent dat een jaarlijkse besparing van 6 miljoen euro.

Daarom gaan we het nationaal sportakkoord vertalen naar een lokaal sportakkoord. Dit doen we met alle sportverenigingen en sportaanbieders. Het doel is een duurzame en vitale infrastructuur, waarbij een sportclub vitaal dient te zijn qua bestuur, middelen en materieel.” 

Wanneer is de gemeente vitaal?
“Dat is het toekomstideaal: Als de inwoner zich goed voelt, zich gehoord voelt, zich thuis voelt en vitaliteit niet alleen op de persoon is gericht maar ook op de omgeving: een groene gemeente, sociale veiligheid, gemakkelijk te bereiken winkelcentra et cetera.”

Wat zijn de hobbels?
“We krijgen niet alles in éen keer voor elkaar, we moeten rekening houden met verschillende factoren zoals capaciteit, doorlooptijd en budget. 

"Wethouder Schotanus traint drie per week 's morgens
om 07.00 uur bij boksschool Teus de Kruyf, best heftig!"(Red).

Marijke HuitemaMarijke Huitema is Praktijkondersteuner bij Huisartsenpraktijk Het Centrum. Zij coacht, samen met haar collega Suzanne Winkel rokers die willen stoppen. Op dit moment behandelt ze zo’n veertig mensen. 

 Kan een roker vitaal zijn?
“Zeker, maar een roker komt er, als hij of zij gestopt is, meestal achter dat hij nog veel vitaler kan zijn. Het hangt er ook een beetje vanaf of het gaat om een jonge roker. Bij hen is het effect van stoppen op korte termijn meestal nog niet zo heel groot. Maar een oudere roker merkt het heel snel. Na drie dagen kunnen ze al verder fietsen, of ze lopen makkelijker de trap op.”

Hoe kun jij een roker helpen? 
“Door de strijd samen aan te gaan, maar wel met begrip voor waarom iemand rookt. Als je het standpunt huldigt ‘als je wilt stoppen dan kan het toch’, ben je niet geschikt om als stopcoach op te treden. Het is superbelangrijk dat een patiënt zich gehoord voelt en begrijpt waarom roken verslavend is. Er is inmiddels aangetoond dat de kans op verslaving, ook genetisch bepaald is. Dat verklaart waarom de één wel heel makkelijk weerstand kan bieden tegen de fles, gamen of roken en de ander niet. Als mensen dat leren begrijpen weten ze ook waar ze tegen knokken. 

De sigaret is de baas.
De valkuil is dat rokers denken dat ze rustig worden van roken. Op het moment dat ze een sigaret opsteken is dat ook waar, maar ze missen het feit dat ze in de eerste plaats onrustig werden door een gebrek aan nicotine. Als je om tien uur s-avonds in paniek raakt omdat je bijna geen sigaretten meer hebt, of je bent ergens mee bezig en denkt, wanneer kan ik hier weg om te roken, dan geeft dat ook stress.” 

Wat zijn de feiten over roken?
“Voor je 20e ben je veel gevoeliger voor nicotineverslaving dan daarna. Overigens, niet iedereen raakt verslaafd, bij 10 procent van de rokers is dat niet het geval. Dat zijn de mensen die alleen op een feestje roken of heel makkelijk een maand stoppen en dan weer even roken. Dat is natuurlijk voor een verslaafde onbegrijpelijk, maar er is duidelijk aangetoond dat er in de hersenen bij die 10 procent iets niet gebeurt dat bij de andere 90% wel gebeurt. Dat heeft te maken met het omzetten van nicotine in o.a. dopamine in je hersenen.”

Wat is in jouw ervaring de meest effectieve manier om te stoppen?
“Degenen die het zelf kunnen zie ik niet, ik zie degenen die iets onder de leden hebben waardoor ze moeten stoppen of zelf willen stoppen en het niet alleen kunnen. Bij het stoppen is een hulpmiddel sowieso het meest effectief, zonder hulpmiddel stoppen is wel heel spartaans. Het ene hulpmiddel is niet persé succesvoller dan het ander. Er zit niet zoveel verschil tussen de resultaten van medicatie of van nicotinevervangers, mits je wel heel goed kijkt welke nicotinevervangers je gebruikt. En soms is een combinatie van beide nodig.” 

Wat zou jij tegen onze rokende lezers willen zeggen?
“Dat ze zich nooit moeten schamen om hulp te vragen, ook al zijn ze al twintig keer gestopt. Ik ben met een mevrouw vier jaar bezig geweest en uiteindelijk is het gelukt. Dus, ook als je al heel veel pogingen hebt gedaan, je blijft altijd welkom. Roken is een van de moeilijkste verslavingen om vanaf te komen, moeilijker dan alcohol of softdrugs.”

Hoe gaan jullie te werk?
“We hebben een redelijk vast schema. We zien mensen voordat ze stoppen twee keer een half uur. Wij zeggen altijd: ‘een voorbereide stopper, heeft een grotere kans van slagen’. Het scheelt echt als mensen goed zijn voorbereid op het stopproces. Het eerste consult gaat helemaal op aan het technische gedeelte: Wat is roken nou eigenlijk? Hoe komt die verslaving? Én hoe werkt dat in je hoofd? Wat betekent roken voor jou? Welke ontwenningsverschijnselen kun je verwachten? Wat zijn de hulpmiddelen? Het tweede gesprek gaat over de toepassing in jouw dagelijks leven: Wat zijn jouw rookmomenten? Hoe kun je twijfel of stress opvangen? Hoe kun je je routine omgooien? Aan het eind van dat gesprek kiest de patiënt zijn of haar stopdatum. Als hij start met medicatie zoals Champix, moet hij daarna nog een week verder roken voordat hij echt kan stoppen.


Daarna is er telefonisch contact rond de stopdag en na een week zien we elkaar weer. Dan wordt het maatwerk. Er zijn patiënten die de eerste twee maanden elke veertien dagen even willen langskomen. Er zijn ook patiënten die alleen telefonisch contact willen. Uiteindelijk hebben we nog één keer per twee of drie maanden contact. Het laatste telefoontje vindt plaats na een jaar, dan vragen we of we ze mogen feliciteren.”


Marijke, wanneer is volgens jou iemand vitaal?
“Als iemand lekker in zijn vel zit en vindt dat hij kan doen wat hij wil doen. Soms zijn de kaders anders, zoals bij mensen met een beperking door ziekte of handicap. Maar vitaal gaat vooral over hoe jij vindt dat je in je vel zit.”

Laagdrempelig tennissen, golfen of tafeltennissen

Ronals Robin

Met vitaliteit als thema voor de uitgave van ons blad BETER nr 13 en de succesverhalen over dit project konden we er natuurlijk niet omheen. We willen alles weten over dit Alphense project. Ronald van Ommen, fysiotherapeut bij Van den Berg en Robin de Heij, projectmanager en buurtsportcoach bij Alphen Beweegt vertellen erover. 

We willen eerst van jullie weten, wanneer is iemand vitaal?
Ronald: “Vitaliteit is voor mij het lichamelijk en geestelijk welzijn van een individu. Dat is ook gelijk het moeilijke. Iemand die door het roken niet lekker kan sporten voelt zich belemmert en niet vitaal. Maar iemand die veel rookt en heel tevreden is, kan zich een vitaal mens voelen. Er is geen algemene meetlat voor, omdat het een individuele beleving is.”

Robin: “Vitaliteit wordt meestal wel in verband gebracht met ouderen. Jongeren zijn daar niet zo mee bezig, die hebben meer het gevoel dat ‘vitaal’ iets is dat je kunt worden als je ouder bent.”

Wat is Tijd voor Vitaliteit?
Robin: “Tijd Voor Vitaliteit is een project van drie sportverenigingen en Alphen beweegt. Het biedt mensen ouder dan 50 jaar de kans om op een rustige manier en in groepsverband kennis te maken met drie verschillende sporten; Golf, Tennis en Tafeltennis. De deelnemers leren, onder professionele begeleiding, de basisvaardigheden van de door hen gekozen sport. Op die manier hopen we mensen aan te zetten om te werken aan hun conditie, balans, flexibiliteit en sociale netwerk. De lessen zijn betaalbaar: 5 euro per golf of tennisles en 3 euro voor tafeltennisles ”

Hoe zijn jullie daarbij betrokken?
Ronald: “Robin heeft mij gevraagd dit project te begeleiden. Dat betekent begintesten en eindtesten, want die zijn verplicht door de subsidiegever, maar ook advies bij blessures en het volgen van de deelnemers in hun nieuwe avontuur. Het gaat er vooral om dat ik kijk of mensen inderdaad meer bewegen. Ik probeer ze ook te vertellen dat het heel gezond is. Iemand die tafeltennist bijvoorbeeld werkt aan minimaal drie dingen tegelijk; coördinatie en conditie natuurlijk, maar het is ook heel goed voor je geheugen. Zo goed dat je zelfs de achteruitgang door dementie kunt vertragen. Tennis- en golfmensen worden statistisch gezien gewoon ouder. Soms ga ik even langs, bij het tennissen bijvoorbeeld, en geef wat tips om lage rugklachten te voorkomen. Mijn rol is relatief klein, maar ik ben wel de enige die over de gezondheidseffecten vertelt. En daar zouden we voor mijn gevoel meer aan moeten doen, het is namelijk echt belangrijk.”

Robin: “Ik ben vanuit Alphen Beweegt als projectmanager aangesteld, op basis van het geschreven plan zijn we begonnen met de drie sportverenigingen. De uitvoering ligt bij de verenigingen. De vereniging levert ook de trainer.”

Wie zijn de deelnemers en hoe komen zij bij jullie terecht?
Robin: “Het idee is bij de golfclub ontstaan. Wat het project sterk maakt, is dat je met zo’n Sportimpuls de verbinding met elkaar maakt en niet alleen optreedt. Het project is voor mensen ouder dan 50 jaar. We hebben deelnemers geworven met flyers, krantenberichten, Facebook en gerichte 50 plus magazines. De drie verenigingen hebben er zelf veel aan gedaan. We hebben ook nog een middag georganiseerd op het Rijnplein, waar de sporten in het klein werden gedemonstreerd en men kon kennismaken met de trainers en vrijwilligers van de verenigingen.”   

Wat willen jullie bereiken?
Ronald: “Het liefst zien wij natuurlijk dat mensen die helemaal niets deden nu gaan bewegen. Dat is nu 10 of 15 procent van het deelnemersveld. Die doelgroep is ook het meest kwetsbaar maar levert voor ons, als het ze lukt, de grootste bevrediging. Vooral als ze het ook nog leuk vinden."

Schermafdruk 2019 10 09 14.16.04Robin: “Voor de verenigingen is het een mooie winst als dit project nieuwe leden oplevert. Uiteindelijk moet Tijd voor Vitaliteit na twee jaar organisatorisch zo goed staan dat de verenigingen gezamenlijk door kunnen. Het mooie van deze samenwerking is dat de verenigingen elkaar hebben gevonden en het zorg- en sociaal domein weer een stukje dichter bij elkaar zijn gekomen."

Hoe weet je of dat is gelukt?
Robin: “We hebben ingezet op 150 deelnemers, we zitten nu al tussen de 130 en 140 deelnemers, dus dat gaan we halen. Daarnaast is het doel dat deelnemers structureel blijven bewegen, het liefst in de door hen gekozen sport."

­