RuijsNicole Ruijs stopte met roken

Sinds haar twaalfde jaar rookte Nicole Ruijs. Roken was iets waar ze thuis mee opgroeide. Altijd werd er thuis gerookt en het was heel gewoon dat er bij feestjes glazen met sigaretten en sigaren voor de gasten klaarstonden. Ze vond roken heerlijk, had er geen hekel aan en had niet de behoefte te stoppen.

Als COPD-patiënt van Het Centrum werd ze in oktober uit-genodigd voor een COPD-informatieavond. Tijdens deze avond kwam ze in gesprek met fysiotherapeut Ronald van Ommen, hij wist dat ze niet wilde stoppen en grapte dat hij wel iemand wist waar ze maar 's mee moest gaan praten over stoppen met roken. Eind vorig jaar kreeg ze een flinke longontsteking en was weken geveld. Dat was het moment dat ze Ronald van Ommens's advies opvolgde en een afspraak met Marijke Huitema maakte. 

“Tijdens het eerste gesprek ging het helemaal niet over het moeten stoppen met roken, meer over laten we het rustig aanpakken en niets overhaasten. Dat voelde zo fijn en hierdoor gaf Marijke me vleugels. Tijdens ons tweede gesprek spraken we af dat ik na een week, op mijn vijftigste verjaardag, serieus zou stoppen met roken. Maar dat liep anders… thuisgekomen stak ik een sigaret op en dacht: Nu heb ik mijn laatste gerookt!! Ik zocht alle sigaretten en asbakken bij elkaar en gooide alles in de vuilcontainer.”

Ging je dat gemakkelijk af?

“Nee, helemaal niet. De eerste week was zwaar, echt zwaar. Gelukkig had ik veel steun aan mijn vriend die jaren eerder al was gestopt. Daarna ging het gemakkelijker. In de familie waren er in de maanden erop, veel vervelende momenten, die me gemakkelijk weer naar de sigaret hadden kunnen doen grijpen. Maar ik heb me niet laten verleiden en tegen mezelf gezegd: “Je bent niet-roker! Afblijven!” Dat ik niet meer hoest is fijn, de COPD blijft natuurlijk irritant.

Mijn gedrag richting rokers is wel wat veranderd, ik denk wel eens als ik mensen zie roken ‘stop daar mee’ zeker als ik op een terras zit en mensen naast me roken en ik in de rook van mensen naast me terecht kom. Pijnlijker vind ik als ik jonge kinderen zie roken, dan zou ik ze graag zeggen wat het kan betekenen als ze door blijven roken. Maar ja, dat gaat niet.” Door het stoppen voel ik me een stuk rustiger en heb het idee dat ik meer tijd heb. Tegen de autoritten naar België voor mijn werk zag ik voorheen altijd op, nu heb ik zoveel meer rust en kan ik me in de auto beter concentreren en van het rijden genieten. 

Marijke en ik hebben de afgelopen maanden ook wel met elkaar gebeld en daar krijg ik toch elke keer weer energie van. Ik heb binnenkort weer een gesprek met Marijke en ik wil haar dan laten zien dat het echt heeft gewerkt en ik van het roken wegblijf."

Marijke HuitemaMarijke Huitema is Praktijkondersteuner bij Huisartsenpraktijk Het Centrum. Zij coacht, samen met haar collega Suzanne Winkel rokers die willen stoppen. Op dit moment behandelt ze zo’n veertig mensen. 

 Kan een roker vitaal zijn?
“Zeker, maar een roker komt er, als hij of zij gestopt is, meestal achter dat hij nog veel vitaler kan zijn. Het hangt er ook een beetje vanaf of het gaat om een jonge roker. Bij hen is het effect van stoppen op korte termijn meestal nog niet zo heel groot. Maar een oudere roker merkt het heel snel. Na drie dagen kunnen ze al verder fietsen, of ze lopen makkelijker de trap op.”

Hoe kun jij een roker helpen? 
“Door de strijd samen aan te gaan, maar wel met begrip voor waarom iemand rookt. Als je het standpunt huldigt ‘als je wilt stoppen dan kan het toch’, ben je niet geschikt om als stopcoach op te treden. Het is superbelangrijk dat een patiënt zich gehoord voelt en begrijpt waarom roken verslavend is. Er is inmiddels aangetoond dat de kans op verslaving, ook genetisch bepaald is. Dat verklaart waarom de één wel heel makkelijk weerstand kan bieden tegen de fles, gamen of roken en de ander niet. Als mensen dat leren begrijpen weten ze ook waar ze tegen knokken. 

De sigaret is de baas.
De valkuil is dat rokers denken dat ze rustig worden van roken. Op het moment dat ze een sigaret opsteken is dat ook waar, maar ze missen het feit dat ze in de eerste plaats onrustig werden door een gebrek aan nicotine. Als je om tien uur s-avonds in paniek raakt omdat je bijna geen sigaretten meer hebt, of je bent ergens mee bezig en denkt, wanneer kan ik hier weg om te roken, dan geeft dat ook stress.” 

Wat zijn de feiten over roken?
“Voor je 20e ben je veel gevoeliger voor nicotineverslaving dan daarna. Overigens, niet iedereen raakt verslaafd, bij 10 procent van de rokers is dat niet het geval. Dat zijn de mensen die alleen op een feestje roken of heel makkelijk een maand stoppen en dan weer even roken. Dat is natuurlijk voor een verslaafde onbegrijpelijk, maar er is duidelijk aangetoond dat er in de hersenen bij die 10 procent iets niet gebeurt dat bij de andere 90% wel gebeurt. Dat heeft te maken met het omzetten van nicotine in o.a. dopamine in je hersenen.”

Wat is in jouw ervaring de meest effectieve manier om te stoppen?
“Degenen die het zelf kunnen zie ik niet, ik zie degenen die iets onder de leden hebben waardoor ze moeten stoppen of zelf willen stoppen en het niet alleen kunnen. Bij het stoppen is een hulpmiddel sowieso het meest effectief, zonder hulpmiddel stoppen is wel heel spartaans. Het ene hulpmiddel is niet persé succesvoller dan het ander. Er zit niet zoveel verschil tussen de resultaten van medicatie of van nicotinevervangers, mits je wel heel goed kijkt welke nicotinevervangers je gebruikt. En soms is een combinatie van beide nodig.” 

Wat zou jij tegen onze rokende lezers willen zeggen?
“Dat ze zich nooit moeten schamen om hulp te vragen, ook al zijn ze al twintig keer gestopt. Ik ben met een mevrouw vier jaar bezig geweest en uiteindelijk is het gelukt. Dus, ook als je al heel veel pogingen hebt gedaan, je blijft altijd welkom. Roken is een van de moeilijkste verslavingen om vanaf te komen, moeilijker dan alcohol of softdrugs.”

Hoe gaan jullie te werk?
“We hebben een redelijk vast schema. We zien mensen voordat ze stoppen twee keer een half uur. Wij zeggen altijd: ‘een voorbereide stopper, heeft een grotere kans van slagen’. Het scheelt echt als mensen goed zijn voorbereid op het stopproces. Het eerste consult gaat helemaal op aan het technische gedeelte: Wat is roken nou eigenlijk? Hoe komt die verslaving? Én hoe werkt dat in je hoofd? Wat betekent roken voor jou? Welke ontwenningsverschijnselen kun je verwachten? Wat zijn de hulpmiddelen? Het tweede gesprek gaat over de toepassing in jouw dagelijks leven: Wat zijn jouw rookmomenten? Hoe kun je twijfel of stress opvangen? Hoe kun je je routine omgooien? Aan het eind van dat gesprek kiest de patiënt zijn of haar stopdatum. Als hij start met medicatie zoals Champix, moet hij daarna nog een week verder roken voordat hij echt kan stoppen.


Daarna is er telefonisch contact rond de stopdag en na een week zien we elkaar weer. Dan wordt het maatwerk. Er zijn patiënten die de eerste twee maanden elke veertien dagen even willen langskomen. Er zijn ook patiënten die alleen telefonisch contact willen. Uiteindelijk hebben we nog één keer per twee of drie maanden contact. Het laatste telefoontje vindt plaats na een jaar, dan vragen we of we ze mogen feliciteren.”


Marijke, wanneer is volgens jou iemand vitaal?
“Als iemand lekker in zijn vel zit en vindt dat hij kan doen wat hij wil doen. Soms zijn de kaders anders, zoals bij mensen met een beperking door ziekte of handicap. Maar vitaal gaat vooral over hoe jij vindt dat je in je vel zit.”

Laagdrempelig tennissen, golfen of tafeltennissen

Ronals Robin

Met vitaliteit als thema voor de uitgave van ons blad BETER nr 13 en de succesverhalen over dit project konden we er natuurlijk niet omheen. We willen alles weten over dit Alphense project. Ronald van Ommen, fysiotherapeut bij Van den Berg en Robin de Heij, projectmanager en buurtsportcoach bij Alphen Beweegt vertellen erover. 

We willen eerst van jullie weten, wanneer is iemand vitaal?
Ronald: “Vitaliteit is voor mij het lichamelijk en geestelijk welzijn van een individu. Dat is ook gelijk het moeilijke. Iemand die door het roken niet lekker kan sporten voelt zich belemmert en niet vitaal. Maar iemand die veel rookt en heel tevreden is, kan zich een vitaal mens voelen. Er is geen algemene meetlat voor, omdat het een individuele beleving is.”

Robin: “Vitaliteit wordt meestal wel in verband gebracht met ouderen. Jongeren zijn daar niet zo mee bezig, die hebben meer het gevoel dat ‘vitaal’ iets is dat je kunt worden als je ouder bent.”

Wat is Tijd voor Vitaliteit?
Robin: “Tijd Voor Vitaliteit is een project van drie sportverenigingen en Alphen beweegt. Het biedt mensen ouder dan 50 jaar de kans om op een rustige manier en in groepsverband kennis te maken met drie verschillende sporten; Golf, Tennis en Tafeltennis. De deelnemers leren, onder professionele begeleiding, de basisvaardigheden van de door hen gekozen sport. Op die manier hopen we mensen aan te zetten om te werken aan hun conditie, balans, flexibiliteit en sociale netwerk. De lessen zijn betaalbaar: 5 euro per golf of tennisles en 3 euro voor tafeltennisles ”

Hoe zijn jullie daarbij betrokken?
Ronald: “Robin heeft mij gevraagd dit project te begeleiden. Dat betekent begintesten en eindtesten, want die zijn verplicht door de subsidiegever, maar ook advies bij blessures en het volgen van de deelnemers in hun nieuwe avontuur. Het gaat er vooral om dat ik kijk of mensen inderdaad meer bewegen. Ik probeer ze ook te vertellen dat het heel gezond is. Iemand die tafeltennist bijvoorbeeld werkt aan minimaal drie dingen tegelijk; coördinatie en conditie natuurlijk, maar het is ook heel goed voor je geheugen. Zo goed dat je zelfs de achteruitgang door dementie kunt vertragen. Tennis- en golfmensen worden statistisch gezien gewoon ouder. Soms ga ik even langs, bij het tennissen bijvoorbeeld, en geef wat tips om lage rugklachten te voorkomen. Mijn rol is relatief klein, maar ik ben wel de enige die over de gezondheidseffecten vertelt. En daar zouden we voor mijn gevoel meer aan moeten doen, het is namelijk echt belangrijk.”

Robin: “Ik ben vanuit Alphen Beweegt als projectmanager aangesteld, op basis van het geschreven plan zijn we begonnen met de drie sportverenigingen. De uitvoering ligt bij de verenigingen. De vereniging levert ook de trainer.”

Wie zijn de deelnemers en hoe komen zij bij jullie terecht?
Robin: “Het idee is bij de golfclub ontstaan. Wat het project sterk maakt, is dat je met zo’n Sportimpuls de verbinding met elkaar maakt en niet alleen optreedt. Het project is voor mensen ouder dan 50 jaar. We hebben deelnemers geworven met flyers, krantenberichten, Facebook en gerichte 50 plus magazines. De drie verenigingen hebben er zelf veel aan gedaan. We hebben ook nog een middag georganiseerd op het Rijnplein, waar de sporten in het klein werden gedemonstreerd en men kon kennismaken met de trainers en vrijwilligers van de verenigingen.”   

Wat willen jullie bereiken?
Ronald: “Het liefst zien wij natuurlijk dat mensen die helemaal niets deden nu gaan bewegen. Dat is nu 10 of 15 procent van het deelnemersveld. Die doelgroep is ook het meest kwetsbaar maar levert voor ons, als het ze lukt, de grootste bevrediging. Vooral als ze het ook nog leuk vinden."

Schermafdruk 2019 10 09 14.16.04Robin: “Voor de verenigingen is het een mooie winst als dit project nieuwe leden oplevert. Uiteindelijk moet Tijd voor Vitaliteit na twee jaar organisatorisch zo goed staan dat de verenigingen gezamenlijk door kunnen. Het mooie van deze samenwerking is dat de verenigingen elkaar hebben gevonden en het zorg- en sociaal domein weer een stukje dichter bij elkaar zijn gekomen."

Hoe weet je of dat is gelukt?
Robin: “We hebben ingezet op 150 deelnemers, we zitten nu al tussen de 130 en 140 deelnemers, dus dat gaan we halen. Daarnaast is het doel dat deelnemers structureel blijven bewegen, het liefst in de door hen gekozen sport."

Wethouder Schotanus over de vitale gemeente

Op de website van de gemeente staat: 'Samen bouwen we de komende jaren aan een vitale gemeente waarin inwoners en organisaties een belangrijke stem krijgen. Zij zijn opdrachtgever voor hun wijk of kern.'

Schotanus2Wat bedoelt u daar mee?
“Wat ik er mee bedoel is dat de gemeente vitaliteit ondersteunende initiatieven organiseert/initieert, een luisterend oor heeft voor inwoners én initieert dat inwoners hun stem kunnen laten horen en initiatieven kunnen ontwikkelen om de leefbaarheid binnen hun wijk, kern, buurt of straat te vergroten. Dan hebben we het volgens mij over een vitale gemeente.”

Schotanus1Hoe werkt dat in de praktijk?
“Het huidige college heeft gekozen om bij de inwoners te rade te gaan en te horen wat daar nodig is. Kortom: We werken van buiten naar binnen. Om dat goed te doen heb je voelsprieten in de maatschappij nodig. Er is met regelmaat overleg met wijk- en dorpsraden over wat de behoeften en bewonersinitatieven zijn. Onze gebiedsadviseurs hebben hierin een belangrijke rol, zij staan midden in hun wijk en weten wat er speelt. Voor mijn eigen portefeuilles ga ik graag zelf op pad en laat me informeren bij verenigingen of organisaties en inwoners, ik vind het cruciaal om midden in die samenleving te staan.”

Wat levert het op?
“Vitaliteit is een containerbegrip. Voor ons wordt het 

meer tastbaar als we uitgaan van een goede gezondheid en veerkracht bij de inwoners, maar zeker ook van de veerkracht van wijken en buurten. Met collega-wethouder De Jager van jeugd, gezondheid, welzijn en zorg werken we aan preventie. We hopen daarmee zorgklachten en – kosten in de toekomst terug te dringen.Voorbeeld: Onlangs heeft het Kenniscentrum van Sport een methode ontwikkeld waarmee je kunt berekenen hoeveel kosten de maatschappij bespaart als 20% meer mensen gaan sporten/bewegen, voor Alphen betekent dat een jaarlijkse besparing van 6 miljoen euro.

Daarom gaan we het nationaal sportakkoord vertalen naar een lokaal sportakkoord. Dit doen we met alle sportverenigingen en sportaanbieders. Het doel is een duurzame en vitale infrastructuur, waarbij een sportclub vitaal dient te zijn qua bestuur, middelen en materieel.” 

Wanneer is de gemeente vitaal?
“Dat is het toekomstideaal: Als de inwoner zich goed voelt, zich gehoord voelt, zich thuis voelt en vitaliteit niet alleen op de persoon is gericht maar ook op de omgeving: een groene gemeente, sociale veiligheid, gemakkelijk te bereiken winkelcentra et cetera.”

Wat zijn de hobbels?
“We krijgen niet alles in éen keer voor elkaar, we moeten rekening houden met verschillende factoren zoals capaciteit, doorlooptijd en budget. 

"Wethouder Schotanus traint drie per week 's morgens
om 07.00 uur bij boksschool Teus de Kruyf, best heftig!"(Red).

‘Voor mij ben je vitaal als je met plezier je dagelijkse dingen kan doen’

JillJill Siereveld is naast haar werkzaamheden als POHggz zelfstandig vitaliteitscoach. Veel mensen hebben de verwachting dat ze zich bezighoudt met het begeleiden van mensen tijdens sporten en bewegen.

Jill: “Als ik constateer dat mensen beter af zijn met ondersteuning bij bewegen of voeding verwijs ik ze door naar zorgverleners die daarin gespecialiseerd zijn.” Goed kunnen bewegen is maar één aspect van vitaliteit. De nadruk van Jill’s werk ligt op de behandeling van mensen met stress, burn-out en stemmingsklachten. Het doel is om hun leven weer ‘op de rit’ te krijgen. Deze vorm van behandelen wordt ook positieve coaching genoemd. 

Wat is volgens jou vitaliteit?
“Vitaliteit is lastig te meten en voor iedereen anders. Voor mij ben je vitaal als je je dagelijkse dingen, zoals werken, privé en sociale contacten met energie, plezier en passie doet en ook als ontspanning ervaart.”

Voor wie is positieve coaching geschikt?
“Ik zie mensen met klachten uit alle leeftijdsgroepen en met verschillende achtergronden. Mensen die stress ervaren door een disbalans in werk en prive. Daarnaast zie ik ook mensen met klachten die te maken hebben met sterke veranderingen in hun leven, de zgn. levensfaseproblematiek. Dat kunnen jonge moeders zijn, vrouwen waarvan de kinderen het huis uit zijn, mensen die ziek zijn geweest of mensen die een hun geliefde hebben verloren. Allemaal krijgen ze met een totaal ander levenspatroon te maken en soms kan dat voor stress- en/of burn-out klachten zorgen.”

Hoe gaat positieve coaching in zijn werk?
“Het belangrijkste onderdeel van de behandeling is in eerste instantie toch wel dat de patiënt de situatie waarin hij of zij is terecht gekomen moet accepteren. Hierna kun je werken aan de klachten. De patiënt leert haar of zijn eigen signalen herkennen en er iets mee te doen. Ik ga niet zozeer uit van de klachten maar start met wat de patiënt wel kan. Dat begint meestal met kleine dingen maar we bouwen dat steeds verder uit. Ik voer gesprekken van een half uur tot drie kwartier, in het begin breng ik in kaart wat de klachten zijn en waar deze vandaan kunnen komen. Slaapt de patiënt voldoende? eet hij of zij goed? Ik doe vaak een aanvullende test om de mate van stress in kaart te brengen en om te kijken of iemand last heeft van stemmingsstoornissen.

Op basis daarvan stel ik een behandelingstraject op. Ter ondersteuning gebruik ik een computerprogramma waarin aanvullende info en opdrachten worden gegeven en waarin ik berichten met de patiënt kan uitwisselen, dit werkt heel positief. Mocht een patiënt na een aantal gesprekken geen verbetering vertonen, verwijs ik door naar een instantie of psycholoog, dan zijn er wellicht diepere oorzaken voor de klachten waarin zij meer gespecialiseerd zijn.

Niet iedereen staat er direct voor open, maar ik vraag toch bij de meeste patiënten of ze dagelijks ontspanningsoefeningen willen gaan doen, vooral door het regelmatig oefenen komt er structuur. Echt, door elke dag te herhalen werkt het beter. In het begin voelt het niet gemakkelijk omdat je gedachten nog allerlei kanten opvliegen. Maar na een periode zal het rust brengen in situaties die stress oproepen, het lichaam zal teruggrijpen naar het moment waarop je je oefeningen deed.”

Bewegen helpt
"Bewegen is echt een medicijn. In de beginfase van de behandeling van een burn-out geeft het lichaam aan dat het op is en is bewegen geen optie dan kan een wandeling van 10 minuten al te veel  zijn. Rust en ontspanning is het enige dat helpt. Maar uiteindelijk dringen we er bij de patiënt op aan om dagelijks te gaan wandelen, de buitenlucht is goed en door het bewegen gebeurt er van alles in je lichaam waardoor je je beter gaat voelen en er weer energie gaat stromen." 

Wat kun je zelf doen?
“Je kunt jezelf trainen om klachten van burn-out, stress of ander ongemak te herkennen. Vraag jezelf met regelmaat af hoe je je voelt. Na een poosje kun je zelf wel zien of eventuele klachten iets tijdelijks waren of dat er misschien een verband is. Maar het kan ook dat je merkt dat je minder plezier hebt in je dagelijkse leven, somber bent en opziet tegen dingen waar je normaal gesproken je hand niet voor om draaide. Dan is het tijd om hulp te zoeken.”


 

... maar wat doe ik hier dan?
Britt van Dalen* vertelt over haar ervaring-en sinds zij bij Jill Siereveld onder behandeling is.

Jill2Hoe ben je bij Jill terechtgekomen?
“Via mijn huisarts, ik sliep heel slecht en voelde me niet lekker. Ik had het gevoel dat ik de grip aan het verliezen was en ik wilde weten waar dat vandaan kwam. Ik dacht zelf dat het kwam door zaken die op mijn werk speelden en behoorlijk heftig waren. De dokter verwees me door naar Jill en zei dat het voor een deel bij mijn werk lag maar ook voor een deel bij mezelf.”

Je had een andere gedachte bij positieve coaching?
“Toen ik voor het eerst bij Jill kwam had ik een heel andere verwachting. Ik dacht dat Jill me zou helpen meer weerstand te bieden op mijn werk. Maar Jill zei: ‘Dat doen we juist niet.’  Toen dacht ik, maar wat doe ik hier dan?

Na het eerste gesprek was ik niet zo enthousiast. Ik ging terug naar mijn huisarts met de vraag of dit nu wel voor mij zou gaan werken. De arts zei: ‘ laat het maar even gaan en ga verder met de gesprekken met Jill.” 

Houvast
“… maar na ons tweede gesprek werd Jill echt mijn houvast, ik besefte dat ik de grip weer terug kon krijgen door naar mij zelf te kijken. Ook het gevoel dat er iemand naast je staat vond ik heel fijn en natuurlijk dat ik het programma voor ontspanning en burn-out kon gebruiken. Ik ben wel iemand die zich daar helemaal in vastbijt. Ik kreeg het gevoel dat ik constructief bezig was. Ik hoopte dat het zo wel beter zou gaan.”

Hoe ging het verder met je werk?
"We zijn op het werk  nu in gesprek over ‘hoe nu verder?’ Ik heb nog niet volledig grip op mijn situatie. De eerste fase, het zoeken van rust, is wel gelukt. Nu sta ik aan het begin van de opbouwfase waarbij je niet werkt aan een ontspannen situatie, maar eerder aan een minder gespannen situatie. Ik heb daardoor goede en slechte momenten.” 

Is bewegen ook een item in je behandeling?
“Bewegen is toch wel mijn vijand. Ik ben niet sportief ingesteld. Ik lig nu liever op de bank en zoek dus liever mijn comfortzone dan er op uit te gaan om bijvoorbeeld te wandelen. Ik weet dat de buitenlucht en het bewegen, goed voor me is, dat ik daardoor helder kan nadenken en minder pieker, maar het blijft voor mij echt een worsteling om me ertoe te zetten. Daarom kies ik een doel, bijvoorbeeld naar de stad wandelen en boodschappen doen. Als ik dan toch gewandeld heb, is mijn dag gestart en zeg ik tegen mezelf dat ik niet zo moet mutsen.”

Je voelt je geholpen door Jill?
“Zeker, als ik kijk naar hoe ik er vier maanden geleden voorstond en hoe ik me nu voel, dat is echt een wereld van verschil. Ik ben er misschien nog lang niet maar ik kan nu wel mijn dagen doorkomen en dat is pure winst.”

­