Diabetes-patiënt Edwin Brink is vrij van medicijnen

"Drie jaar geleden maakte ik bij de huisarts een afspraak omdat ik al twee weken een droge mond en enorme dorst had en liters kon drinken. Een dag na deze afspraak belde mijn broer me met de mededeling dat ik dringend contact met de huisarts moest opnemen voor de uitslag van onderzoek. Omdat ik op locatie aan het werk was, wist de huisartsassistente via via aan zijn telefoonnummer te komen, zodat hij mij kon bellen. Dat mijn broer belde was echt schrikken."

edwin brink“Die kwam hard aan!”
Eenmaal bij de huisarts kreeg ik de uitslag: diabetes en wel in die mate dat er direct met insulinespuiten moest worden begonnen. De wereld op z’n kop! Tot dat moment leefde ik een Bourgondisch leven, met regelmaat dineren, gezellig met vrienden en kennissen op stap, enz. Maar lichamelijke klachten had ik niet noemenswaardig.

Geen keus
“Na zo’n bericht kom je in de molen terecht van huisarts, praktijkondersteuner, medicijnen, thuisprikken, de oogarts, dagboekje bijhouden en diëtist. Direct was me duidelijk dat het roer om moest, dat de huisarts zo’n spoed erachter zette, was natuurlijk niet voor niets en een keiharde waarschuwing. Dus dan heb je simpelweg geen keus en startte ik mijn nieuwe leven met o.a. een bezoek aan de diëtist, die mij aanraadde met regelmaat te eten en de dag te beginnen met een ontbijt en niet met een sigaret. Regelmatig bewegen werd direct vrijwel door iedereen geadviseerd.” 

Leefstijl verandert
“Dus….koffie zonder suiker, ontbijten, op vaste tijden eten, geen alcoholische dranken, meer bewegen door te sporten en te wandelen. Dit wierp z’n vruchten af, ik mocht na een paar maanden stoppen met het insuline spuiten en nu kan ik alweer anderhalf jaar zonder medicijnen. Om het half jaar word ik nog gecontroleerd door de huisarts. 
Mijn leefstijl verandering is blijvend, al ben ik wel zo dat ik momenten kies. Ik ga graag uit eten en dan ben ik er alert op wat ik eet en alcohol drink ik zelden, alleen tijdens een gekozen moment. Omdat ik van uit huis werk kan ik zelf mijn tijd indelen en dat maakt het mogelijk dat ik vrijwel elke morgen van negen tot tien een uurtje stevig sport of wandel met een vriend, daarna voel ik me echt lekker.

Structuur
Met de veranderingen is er structuur in mijn leven gekomen en ongemerkt heb ik meer energie dan daarvoor, mijn vrienden wisten me dat te vertellen en dat is toch leuk om te horen. Ik voel me daardoor ook vitaal. Dat ik zelfstandig werk is wel een voordeel, als je in loondienst bent wordt het best lastiger om bijvoorbeeld overdag te sporten. Mijn gewicht moet ik goed in de gaten houden en roken is nog een dingetje daar moet de knop nog voor om. Al met al voel me prima en hou het gemakkelijk vol, je hebt ook geen keus.

Mariem en BoVoeding heeft invloed op de gezondheid en vitaliteit van mensen, dat is algemeen bekend. Dat medicijnen van invloed zijn op je gezondheid is ook zo klaar als een klontje. Maar hoe is voeding van invloed op je medicatie en andersom? Het blijkt dat voeding en medicijnen elkaar zowel positief als negatief kunnen beïnvloeden. Hierover spreken we met apotheker Mariem Gam en diëtist Bo de Lange.

Hoe zit dat met de invloed van voeding op medicatie?
Bo: “Je kunt met eten en bewegen veel bereiken. Zelfs een vermindering of weglaten van medicijnen. Veel mensen leggen zich neer bij de verstrekte medicatie en verdiepen zich niet in manieren om met medicatie te minderen.” 
Mariem: “Het is meestal wel een eyeopener voor patiënten met bijvoorbeeld diabetes of hoge bloedruk. Ze zijn verrast dat de medicatie minder kan worden of zelfs verdwijnen. Om dat te bereiken moeten ze wel zelf iets in gang zetten en bereid zijn hun leefstijl te veranderen.”

Kan voeding het gewenste effect van een medicijn verminderen?
Mariem: “Voeding kan effect hebben op medicijnen, denk daarbij bijvoorbeeld aan grapefruits, als je dat dagelijks eet, heeft dat gevolgen voor de afbraak van medicijnen in je lichaam waardoor deze zich in het lichaam ophopen, dan kunnen bijverschijnselen optreden. Innemen van sommige antibiotica op een nuchtere maag of twee uur nadat je hebt gegeten heeft vrijwel altijd te maken met de opneembaarheid van het middel.  Zo zijn er medicijnen die niet samengaan met melkproducten omdat de werking teniet wordt gedaan door die melkproducten. Het opvolgen van het advies van de apotheek is belangrijk omdat anders het effect kan verminderen. Op het etiket en in het informatieblad staat wat het beste is."

Wat is de invloed van vitamines en preparaten die je zo bij een drogist of op internet kan kopen?
Bo:  “Ik vraag altijd eerst welke medicatie iemand gebruikt en of ze misschien >> multivitaminen slikken, mensen zien het als onschuldig, terwijl de invloed op de gezondheid groot kan zijn. Verschillende stoffen in deze artikelen kunnen remmend werken op medicijnen.”
Mariem: “Daarom horen we graag bij een medicatiegesprek of iemand naast de voorgeschreven medicatie nog eigen gekochte middelen gebruikt. We adviseren zelfs om alle potjes maar mee te nemen. Als mensen lichte klachten hebben en denken dat supplementen kunnen helpen, is het raadzaam even naar de apotheek gaan, de apotheker heeft veel kennis van medicijnen en zeker over combinaties met preparaten. Een voorbeeld is het innemen van magnesium, magnesium werkt laxerend, dus als iemand ook laxeermiddelen gebruikt wordt dat teveel en kan het leiden tot ongemak.”
Bo: “Supplementen zorgen er soms voor dat je je vitaler voelt. Maar gezonde gevarieerde voeding levert normaal gesproken voldoende stoffen voor een gezond leven. Ouderen worden geadviseerd vitamine D extra te nemen, wat bewezen goed is voor de botten. De apotheek kan je adviseren of dat samen gaat met de medicijnen die je gebruikt.”

Hoe dragen jullie in de praktijk bij aan de vitaliteit van mensen?
Mariem: “Door een gesprek aan de balie waarin we doorvragen naar bijvoorbeeld eetgewoonten, of wat iemand wil bereiken en welke behoeften ze daarbij hebben.”
Bo: “Onze bijdrage is om iemand redelijk groot in beeld te houden en niet alleen naar de voeding vragen, maar ook naar iemands beweegpatroon en altijd: ‘wat is je doel en waarom heb je dat doel gesteld? Wij dicteren niet wat je wel of niet moet, we doen dit in samenspraak omdat het wel iemands doel moet dienen en mensen zelf de regie moeten houden. Mijn doelen als diëtist zijn daarin minder belangrijk.”

Mariem: “We kunnen aan de balie natuurlijk niet bij iedereen navragen of ze hulp nodig hebben, daar is gewoon geen tijd voor. Toch zijn we alert hoe mensen aan de balie er uit zien, of ze iets mankeren of dat er iets dwarszit.”
Bo: “Ik heb natuurlijk het voordeel een kennismakingsgesprek van een uur te kunnen voeren, in die tijd kan ik goed doorvragen.”

RuijsNicole Ruijs stopte met roken

Sinds haar twaalfde jaar rookte Nicole Ruijs. Roken was iets waar ze thuis mee opgroeide. Altijd werd er thuis gerookt en het was heel gewoon dat er bij feestjes glazen met sigaretten en sigaren voor de gasten klaarstonden. Ze vond roken heerlijk, had er geen hekel aan en had niet de behoefte te stoppen.

Als COPD-patiënt van Het Centrum werd ze in oktober uit-genodigd voor een COPD-informatieavond. Tijdens deze avond kwam ze in gesprek met fysiotherapeut Ronald van Ommen, hij wist dat ze niet wilde stoppen en grapte dat hij wel iemand wist waar ze maar 's mee moest gaan praten over stoppen met roken. Eind vorig jaar kreeg ze een flinke longontsteking en was weken geveld. Dat was het moment dat ze Ronald van Ommens's advies opvolgde en een afspraak met Marijke Huitema maakte. 

“Tijdens het eerste gesprek ging het helemaal niet over het moeten stoppen met roken, meer over laten we het rustig aanpakken en niets overhaasten. Dat voelde zo fijn en hierdoor gaf Marijke me vleugels. Tijdens ons tweede gesprek spraken we af dat ik na een week, op mijn vijftigste verjaardag, serieus zou stoppen met roken. Maar dat liep anders… thuisgekomen stak ik een sigaret op en dacht: Nu heb ik mijn laatste gerookt!! Ik zocht alle sigaretten en asbakken bij elkaar en gooide alles in de vuilcontainer.”

Ging je dat gemakkelijk af?

“Nee, helemaal niet. De eerste week was zwaar, echt zwaar. Gelukkig had ik veel steun aan mijn vriend die jaren eerder al was gestopt. Daarna ging het gemakkelijker. In de familie waren er in de maanden erop, veel vervelende momenten, die me gemakkelijk weer naar de sigaret hadden kunnen doen grijpen. Maar ik heb me niet laten verleiden en tegen mezelf gezegd: “Je bent niet-roker! Afblijven!” Dat ik niet meer hoest is fijn, de COPD blijft natuurlijk irritant.

Mijn gedrag richting rokers is wel wat veranderd, ik denk wel eens als ik mensen zie roken ‘stop daar mee’ zeker als ik op een terras zit en mensen naast me roken en ik in de rook van mensen naast me terecht kom. Pijnlijker vind ik als ik jonge kinderen zie roken, dan zou ik ze graag zeggen wat het kan betekenen als ze door blijven roken. Maar ja, dat gaat niet.” Door het stoppen voel ik me een stuk rustiger en heb het idee dat ik meer tijd heb. Tegen de autoritten naar België voor mijn werk zag ik voorheen altijd op, nu heb ik zoveel meer rust en kan ik me in de auto beter concentreren en van het rijden genieten. 

Marijke en ik hebben de afgelopen maanden ook wel met elkaar gebeld en daar krijg ik toch elke keer weer energie van. Ik heb binnenkort weer een gesprek met Marijke en ik wil haar dan laten zien dat het echt heeft gewerkt en ik van het roken wegblijf."

folder 1Mensen met kanker hebben na de diagnose ieder een eigen weg te gaan in de behandeling van de ziekte. Daarnaast kan de patiënt geconfronteerd worden met bijkomende klachten waarvoor extra zorg nodig kan zijn. Maar ook de patiënten die genezen zijn verklaard kunnen nog geruime tijd klachten hebben. Dan geeft de folder 'Tijdens en na kanker' informatie over extra zorg in de buurt. 

De bijeffecten van kanker zijn hoe dan ook vervelend maar er zijn gelukkig veel mogelijkheden in de buurt om u te ondersteunen. Zo ontstond binnen de ‘innovatiecommissie’ van Alphen op één Lijn het idee om mensen een overzicht te bieden van de mogelijkheden die dicht bij huis voor handen zijn. Initiatiefneemster Frederike Gieles benadrukt dat mensen met aan kanker gerelateerde klachten altijd in eerste instantie de huisarts en of de praktijkondersteuner kunnen raadplegen. Zij kunnen meedenken en adviseren in de keuze voor de beste zorg bij lichamelijke en mentale klachten. Dat neemt natuurlijk niet weg dat patiënten ook altijd zelf hun zorgverlener kunnen kiezen.  

Om deze keuze te vergemakkelijken is een folder ontwikkeld. De folder helpt u zorgverleners te vinden in uw directe omgeving. Op de bijgevoegde adressenlijst vindt u zorgverleners*waarvoor u een verwijzing van uw huisarts nodig heeft en zorgverleners waarbij dat niet nodig is. Allemaal zijn ze gespecialiseerd in oncologische (na)zorg: fysiotherapeuten, diëtisten, podoloog, speciaalzaken in hulpmiddelen, psychische zorg, het inloophuis waar u lotgenoten kunt ontmoeten, sportbegeleiding, adressen voor borstprotheses en lingerie en adressen voor pruiken.

De folder ligt bij alle bij Alphen op één Lijn aangesloten zorgverleners in de wachtkamer. Ook kunt u de folder en de adressenlijst downloaden op onze site.

* Als er meerdere zorgverleners uit een bepaalde beroepsgroep in Alphen aan den Rijn zijn, dan is ervoor gekozen om zorgverleners uit het samenwerkingsverband van Alphen op één Lijn te vermelden. U kunt natuurlijk altijd bij uw eigen zorgverlener vragen of ook zij oncologische zorg aanbieden. 


ZillahMede initiatiefneemster van de folder is fysiotherapeut Zillah van der Meij, zij is Oncologie en Oedeem Fysiotherapeut bij Fysio Alphen 

“In mijn praktijk zie ik dat mensen na hun behandeling in een gat vallen. Tijdens de medische behandelingen heb je al die afspraken en controles, dan word je geleefd en sta je in een soort overlevingsmodus. Hierna merk je dat al die afspraken veel minder worden en soms helemaal wegvallen. Veel mensen merken dan dat het herstel nog niet compleet is, dat ze emotioneel en fysiek nog niet zijn hersteld en behoefte hebben aan nazorg.”

Geldt dit voor alle patiënten met kanker?
“Velen voelen zich ná de medische behandelingen slechter dan tijdens de behandeling van hun kanker, omdat pas later tot hen doordringt wat er is gebeurd en welke invloed de ziekte heeft gehad op hun lichaam. 

Sommige patiënten pakken na hun herstel de draad weer op en hebben geen behoefte aan nazorg. Er zijn ook mensen die weer aan het werk gaan en de dingen doen die van ze verwacht worden. Soms ontstaat na verloop van tijd dan toch de behoefte aan nazorg. Voor de werk of leefomgeving is de patiënt genezen en men verwacht dat de patiënt alles ‘gewoon’ weer oppakt. Dat kan flink tegenvallen, er kunnen zelfs burn-out klachten ontstaan.” >>

 In de praktijk
“Mensen met kanker worden geconfronteerd met iets wat dodelijk kan zijn en door de impact daarvan kunnen fysieke alsook psychische klachten ontstaan. Mijn behandeling start ik met te vragen wat mensen willen bereiken, dat kan heel divers zijn: weer gaan werken, voor de kinderen zorgen, een hobby oppakken of weer dagelijkse activiteiten oppakken. Ik wil weten wat de fysieke en psychische belemmeringen zijn om zo achter de zorgbehoefte te komen. 

Als oncologiefysiotherapeut ben ik naast de fysieke klachten ook alert op de aanwezigheid van psychische klachten en problemen op het gebied van voeding, waar mogelijk probeer ik hierin ondersteuning te bieden en ik zal mensen altijd adviseren om hierover contact op te nemen met hun huisarts, een psycholoog en/of diëtiste.Ik behandel ook mensen die niet meer beter kunnen worden door met hen in deze moeilijke periode te werken aan het zo lang mogelijk behouden van hun kwaliteit van leven.”

“Ja, het aantal mensen dat kanker krijgt groeit, daarentegen is de ziekte ook beter behandelbaar en zullen meer mensen genezen. Dat betekent dat de behoefte aan onze nazorg steeds groter wordt.“

Foldervisual1Samenwerken
‘Bij de behandeling en de nazorg van kankerpatiënten zijn voor de vele verschillende aspecten van de ziekte meerdere zorgverleners en instanties actief en is zorg vanaf het moment van de diagnose ‘kanker’ op allerlei gebieden essentieel. Een klacht van een patiënt mag je dus ook nooit vanuit één zorgverlener benaderen. Daarom ben ik blij met de folder, deze geeft een overzicht van adressen waar patiënten en zorgverleners terecht kunnen.”

Marijke HuitemaMarijke Huitema is Praktijkondersteuner bij Huisartsenpraktijk Het Centrum. Zij coacht, samen met haar collega Suzanne Winkel rokers die willen stoppen. Op dit moment behandelt ze zo’n veertig mensen. 

 Kan een roker vitaal zijn?
“Zeker, maar een roker komt er, als hij of zij gestopt is, meestal achter dat hij nog veel vitaler kan zijn. Het hangt er ook een beetje vanaf of het gaat om een jonge roker. Bij hen is het effect van stoppen op korte termijn meestal nog niet zo heel groot. Maar een oudere roker merkt het heel snel. Na drie dagen kunnen ze al verder fietsen, of ze lopen makkelijker de trap op.”

Hoe kun jij een roker helpen? 
“Door de strijd samen aan te gaan, maar wel met begrip voor waarom iemand rookt. Als je het standpunt huldigt ‘als je wilt stoppen dan kan het toch’, ben je niet geschikt om als stopcoach op te treden. Het is superbelangrijk dat een patiënt zich gehoord voelt en begrijpt waarom roken verslavend is. Er is inmiddels aangetoond dat de kans op verslaving, ook genetisch bepaald is. Dat verklaart waarom de één wel heel makkelijk weerstand kan bieden tegen de fles, gamen of roken en de ander niet. Als mensen dat leren begrijpen weten ze ook waar ze tegen knokken. 

De sigaret is de baas.
De valkuil is dat rokers denken dat ze rustig worden van roken. Op het moment dat ze een sigaret opsteken is dat ook waar, maar ze missen het feit dat ze in de eerste plaats onrustig werden door een gebrek aan nicotine. Als je om tien uur s-avonds in paniek raakt omdat je bijna geen sigaretten meer hebt, of je bent ergens mee bezig en denkt, wanneer kan ik hier weg om te roken, dan geeft dat ook stress.” 

Wat zijn de feiten over roken?
“Voor je 20e ben je veel gevoeliger voor nicotineverslaving dan daarna. Overigens, niet iedereen raakt verslaafd, bij 10 procent van de rokers is dat niet het geval. Dat zijn de mensen die alleen op een feestje roken of heel makkelijk een maand stoppen en dan weer even roken. Dat is natuurlijk voor een verslaafde onbegrijpelijk, maar er is duidelijk aangetoond dat er in de hersenen bij die 10 procent iets niet gebeurt dat bij de andere 90% wel gebeurt. Dat heeft te maken met het omzetten van nicotine in o.a. dopamine in je hersenen.”

Wat is in jouw ervaring de meest effectieve manier om te stoppen?
“Degenen die het zelf kunnen zie ik niet, ik zie degenen die iets onder de leden hebben waardoor ze moeten stoppen of zelf willen stoppen en het niet alleen kunnen. Bij het stoppen is een hulpmiddel sowieso het meest effectief, zonder hulpmiddel stoppen is wel heel spartaans. Het ene hulpmiddel is niet persé succesvoller dan het ander. Er zit niet zoveel verschil tussen de resultaten van medicatie of van nicotinevervangers, mits je wel heel goed kijkt welke nicotinevervangers je gebruikt. En soms is een combinatie van beide nodig.” 

Wat zou jij tegen onze rokende lezers willen zeggen?
“Dat ze zich nooit moeten schamen om hulp te vragen, ook al zijn ze al twintig keer gestopt. Ik ben met een mevrouw vier jaar bezig geweest en uiteindelijk is het gelukt. Dus, ook als je al heel veel pogingen hebt gedaan, je blijft altijd welkom. Roken is een van de moeilijkste verslavingen om vanaf te komen, moeilijker dan alcohol of softdrugs.”

Hoe gaan jullie te werk?
“We hebben een redelijk vast schema. We zien mensen voordat ze stoppen twee keer een half uur. Wij zeggen altijd: ‘een voorbereide stopper, heeft een grotere kans van slagen’. Het scheelt echt als mensen goed zijn voorbereid op het stopproces. Het eerste consult gaat helemaal op aan het technische gedeelte: Wat is roken nou eigenlijk? Hoe komt die verslaving? Én hoe werkt dat in je hoofd? Wat betekent roken voor jou? Welke ontwenningsverschijnselen kun je verwachten? Wat zijn de hulpmiddelen? Het tweede gesprek gaat over de toepassing in jouw dagelijks leven: Wat zijn jouw rookmomenten? Hoe kun je twijfel of stress opvangen? Hoe kun je je routine omgooien? Aan het eind van dat gesprek kiest de patiënt zijn of haar stopdatum. Als hij start met medicatie zoals Champix, moet hij daarna nog een week verder roken voordat hij echt kan stoppen.


Daarna is er telefonisch contact rond de stopdag en na een week zien we elkaar weer. Dan wordt het maatwerk. Er zijn patiënten die de eerste twee maanden elke veertien dagen even willen langskomen. Er zijn ook patiënten die alleen telefonisch contact willen. Uiteindelijk hebben we nog één keer per twee of drie maanden contact. Het laatste telefoontje vindt plaats na een jaar, dan vragen we of we ze mogen feliciteren.”


Marijke, wanneer is volgens jou iemand vitaal?
“Als iemand lekker in zijn vel zit en vindt dat hij kan doen wat hij wil doen. Soms zijn de kaders anders, zoals bij mensen met een beperking door ziekte of handicap. Maar vitaal gaat vooral over hoe jij vindt dat je in je vel zit.”

­