Wethouder Schotanus over de vitale gemeente

Op de website van de gemeente staat: 'Samen bouwen we de komende jaren aan een vitale gemeente waarin inwoners en organisaties een belangrijke stem krijgen. Zij zijn opdrachtgever voor hun wijk of kern.'

Schotanus2Wat bedoelt u daar mee?
“Wat ik er mee bedoel is dat de gemeente vitaliteit ondersteunende initiatieven organiseert/initieert, een luisterend oor heeft voor inwoners én initieert dat inwoners hun stem kunnen laten horen en initiatieven kunnen ontwikkelen om de leefbaarheid binnen hun wijk, kern, buurt of straat te vergroten. Dan hebben we het volgens mij over een vitale gemeente.”

Schotanus1Hoe werkt dat in de praktijk?
“Het huidige college heeft gekozen om bij de inwoners te rade te gaan en te horen wat daar nodig is. Kortom: We werken van buiten naar binnen. Om dat goed te doen heb je voelsprieten in de maatschappij nodig. Er is met regelmaat overleg met wijk- en dorpsraden over wat de behoeften en bewonersinitatieven zijn. Onze gebiedsadviseurs hebben hierin een belangrijke rol, zij staan midden in hun wijk en weten wat er speelt. Voor mijn eigen portefeuilles ga ik graag zelf op pad en laat me informeren bij verenigingen of organisaties en inwoners, ik vind het cruciaal om midden in die samenleving te staan.”

Wat levert het op?
“Vitaliteit is een containerbegrip. Voor ons wordt het 

meer tastbaar als we uitgaan van een goede gezondheid en veerkracht bij de inwoners, maar zeker ook van de veerkracht van wijken en buurten. Met collega-wethouder De Jager van jeugd, gezondheid, welzijn en zorg werken we aan preventie. We hopen daarmee zorgklachten en – kosten in de toekomst terug te dringen.Voorbeeld: Onlangs heeft het Kenniscentrum van Sport een methode ontwikkeld waarmee je kunt berekenen hoeveel kosten de maatschappij bespaart als 20% meer mensen gaan sporten/bewegen, voor Alphen betekent dat een jaarlijkse besparing van 6 miljoen euro.

Daarom gaan we het nationaal sportakkoord vertalen naar een lokaal sportakkoord. Dit doen we met alle sportverenigingen en sportaanbieders. Het doel is een duurzame en vitale infrastructuur, waarbij een sportclub vitaal dient te zijn qua bestuur, middelen en materieel.” 

Wanneer is de gemeente vitaal?
“Dat is het toekomstideaal: Als de inwoner zich goed voelt, zich gehoord voelt, zich thuis voelt en vitaliteit niet alleen op de persoon is gericht maar ook op de omgeving: een groene gemeente, sociale veiligheid, gemakkelijk te bereiken winkelcentra et cetera.”

Wat zijn de hobbels?
“We krijgen niet alles in éen keer voor elkaar, we moeten rekening houden met verschillende factoren zoals capaciteit, doorlooptijd en budget. 

"Wethouder Schotanus traint drie per week 's morgens
om 07.00 uur bij boksschool Teus de Kruyf, best heftig!"(Red).

Laagdrempelig tennissen, golfen of tafeltennissen

Ronals Robin

Met vitaliteit als thema voor de uitgave van ons blad BETER nr 13 en de succesverhalen over dit project konden we er natuurlijk niet omheen. We willen alles weten over dit Alphense project. Ronald van Ommen, fysiotherapeut bij Van den Berg en Robin de Heij, projectmanager en buurtsportcoach bij Alphen Beweegt vertellen erover. 

We willen eerst van jullie weten, wanneer is iemand vitaal?
Ronald: “Vitaliteit is voor mij het lichamelijk en geestelijk welzijn van een individu. Dat is ook gelijk het moeilijke. Iemand die door het roken niet lekker kan sporten voelt zich belemmert en niet vitaal. Maar iemand die veel rookt en heel tevreden is, kan zich een vitaal mens voelen. Er is geen algemene meetlat voor, omdat het een individuele beleving is.”

Robin: “Vitaliteit wordt meestal wel in verband gebracht met ouderen. Jongeren zijn daar niet zo mee bezig, die hebben meer het gevoel dat ‘vitaal’ iets is dat je kunt worden als je ouder bent.”

Wat is Tijd voor Vitaliteit?
Robin: “Tijd Voor Vitaliteit is een project van drie sportverenigingen en Alphen beweegt. Het biedt mensen ouder dan 50 jaar de kans om op een rustige manier en in groepsverband kennis te maken met drie verschillende sporten; Golf, Tennis en Tafeltennis. De deelnemers leren, onder professionele begeleiding, de basisvaardigheden van de door hen gekozen sport. Op die manier hopen we mensen aan te zetten om te werken aan hun conditie, balans, flexibiliteit en sociale netwerk. De lessen zijn betaalbaar: 5 euro per golf of tennisles en 3 euro voor tafeltennisles ”

Hoe zijn jullie daarbij betrokken?
Ronald: “Robin heeft mij gevraagd dit project te begeleiden. Dat betekent begintesten en eindtesten, want die zijn verplicht door de subsidiegever, maar ook advies bij blessures en het volgen van de deelnemers in hun nieuwe avontuur. Het gaat er vooral om dat ik kijk of mensen inderdaad meer bewegen. Ik probeer ze ook te vertellen dat het heel gezond is. Iemand die tafeltennist bijvoorbeeld werkt aan minimaal drie dingen tegelijk; coördinatie en conditie natuurlijk, maar het is ook heel goed voor je geheugen. Zo goed dat je zelfs de achteruitgang door dementie kunt vertragen. Tennis- en golfmensen worden statistisch gezien gewoon ouder. Soms ga ik even langs, bij het tennissen bijvoorbeeld, en geef wat tips om lage rugklachten te voorkomen. Mijn rol is relatief klein, maar ik ben wel de enige die over de gezondheidseffecten vertelt. En daar zouden we voor mijn gevoel meer aan moeten doen, het is namelijk echt belangrijk.”

Robin: “Ik ben vanuit Alphen Beweegt als projectmanager aangesteld, op basis van het geschreven plan zijn we begonnen met de drie sportverenigingen. De uitvoering ligt bij de verenigingen. De vereniging levert ook de trainer.”

Wie zijn de deelnemers en hoe komen zij bij jullie terecht?
Robin: “Het idee is bij de golfclub ontstaan. Wat het project sterk maakt, is dat je met zo’n Sportimpuls de verbinding met elkaar maakt en niet alleen optreedt. Het project is voor mensen ouder dan 50 jaar. We hebben deelnemers geworven met flyers, krantenberichten, Facebook en gerichte 50 plus magazines. De drie verenigingen hebben er zelf veel aan gedaan. We hebben ook nog een middag georganiseerd op het Rijnplein, waar de sporten in het klein werden gedemonstreerd en men kon kennismaken met de trainers en vrijwilligers van de verenigingen.”   

Wat willen jullie bereiken?
Ronald: “Het liefst zien wij natuurlijk dat mensen die helemaal niets deden nu gaan bewegen. Dat is nu 10 of 15 procent van het deelnemersveld. Die doelgroep is ook het meest kwetsbaar maar levert voor ons, als het ze lukt, de grootste bevrediging. Vooral als ze het ook nog leuk vinden."

Schermafdruk 2019 10 09 14.16.04Robin: “Voor de verenigingen is het een mooie winst als dit project nieuwe leden oplevert. Uiteindelijk moet Tijd voor Vitaliteit na twee jaar organisatorisch zo goed staan dat de verenigingen gezamenlijk door kunnen. Het mooie van deze samenwerking is dat de verenigingen elkaar hebben gevonden en het zorg- en sociaal domein weer een stukje dichter bij elkaar zijn gekomen."

Hoe weet je of dat is gelukt?
Robin: “We hebben ingezet op 150 deelnemers, we zitten nu al tussen de 130 en 140 deelnemers, dus dat gaan we halen. Daarnaast is het doel dat deelnemers structureel blijven bewegen, het liefst in de door hen gekozen sport."

tjada"In nummer 13 van ons tijdschrift BETER staat vitaliteit centraal. Het woord vitaal komt van het Latijnse woord Vitalis, dat levenskracht of levenslustig betekent. Vitaliteit heeft te maken met hoe je in je vel zit. Dat is natuurlijk erg afhankelijk van de persoon. De gemeenschappelijke factor echter is het welbevinden van mensen. Dus niet alleen de lichamelijke gezondheid, maar ook de mentale kracht om de dingen te vinden en te doen die je gelukkig maken, desnoods binnen de kaders van een beperking. Die bredere uitleg maakt vitaliteit de laatste tijd een populaire term binnen zorg en welzijn. In dit blad hebben we een overzicht gemaakt van initiatieven die zich richten op vitaliteit. Een breed scala aan zorg- en welzijnprojecten waar veel mensen hun voordeel mee kunnen doen." 

Veel leesplezier!

Tjada Buikema, huisarts bij huisartsenpraktijk Prelude





Tjada Buikema, huisarts
Wanneer is een mens vitaal?

“Vitaliteit heeft te maken met hoe je in je vel zit. Dat is natuurlijk erg afhankelijk van de persoon. Het  gaat het er om hoe je je lichamelijk en mentaal voelt, of je de energie hebt om de dingen te doen die je wilt. ”Tjada2

Hoe kom je erachter of mensen zich vitaal voelen?
“Je ziet soms direct aan mensen of ze zich vitaal voelen, maar lang niet altijd. Ik ben er wel op bedacht en vraag er mensen naar. Mensen die zich hun hele leven goed hebben gevoeld en op hun 80ste een lichamelijke beperking krijgen of ziek worden, kunnen daar enorm veel moeite mee hebben.  Ze denken: ‘wat overkomt me nu?’ en gaan bij de pakken neerzitten. Die mensen stuur ik naar een POHggz of soms zelfs naar een psycholoog, met goede begeleiding zijn ze vaak geholpen. Daarentegen heb je ook mensen die al jaren in de lappenmand zitten en ondanks hun beperkingen zeer vitaal zijn en allerlei dingen oppakken. Een ander voorbeeld is een patiënt met een ernstige ziekte die nog volop plannen maakt en deze realiseert, dat is zeker ook vitaliteit. Het is wel duidelijk dat je lichamelijke conditie een sterke rol speelt, maar niet bepalend is. Vitaliteit gaat over kwaliteit van leven.”

Zou je vitaliteit kunnen meten?
Het zou kunnen dat je patiënten vragen stelt op basis van het model van positieve gezondheid, met de zes pijlers van dit model kun je het welbehagen van mensen goed in kaart brengen. Als je dan na een bepaalde periode dezelfde vragen stelt, zie je of iemand hierin voor- of achteruit is gegaan. Eerlijk gezegd, ondanks dat ik het een prima instrument vind, gebruik ik het niet. Ik heb er gewoon geen ruimte voor, het kost mij als huisarts te veel tijd. 

Ik denk dat het toepassen van het model goed thuishoort bij een POHggz, TOM in de Buurt of bijvoorbeeld een psychosomatisch therapeut. Als huisarts moet je weten hoe het werkt, maar het is bij hen beter op z’n plaats dan bij de huisarts als om het verbeteren van vitaliteit gaat.”


In de apotheek komen veel minder vitale mensen

Jacobine van Doremalen, Apotheek Allart

JacobineWanneer is iemand vitaal?
“Dat is afhankelijk van wat iemand zelf vindt. Sommige mensen voelen zich vitaal op het moment dat ze in huis nog hun eigen dingetjes kunnen doen. Andere mensen die dat ook kunnen voelen zich toch niet vitaal omdat ze niet meer volop kunnen sporten. Vitaliteit is een beleving en verschilt dus per persoon. Ik denk dat hier in de apotheek, meer mensen zich niet zo vitaal voelen. Mensen die bepaalde medicijnen gebruiken bijvoorbeeld en zich daardoor beperkt voelen. Veel mensen die wij hier zien, vinden dat er nog ruimte is voor verbetering.

Het is belangrijk dat iemand nog zijn dagelijkse dingen kan doen, de boodschappen bijvoorbeeld. Een belangrijk punt is ook of iemand nog naar buiten komt. Maar vitaliteit is niet alleen lichamelijk, het is ook psychisch, heeft iemand nog wel zin om dingen te doen. Ik zie ook mensen die zeggen van mij hoeft het niet meer, die hun focus hebben op wat ze niet kunnen. De motivatie om actie, hoe klein ook, te blijven ondernemen is een belangrijk aspect van vitaliteit.”

Hoe dragen jullie bij aan de vitaliteit van jullie cliënten?
“Dat vind ik een moeilijke vraag. Ik denk dat onze medicatiebeoordeling daarin een rol kan spelen. Mensen kunnen worden beperkt door de medicijnen die ze gebruiken. Wij kunnen daar soms iets aan doen door dat gebruik te optimaliseren. Wij kijken natuurlijk of medicatie echt nog nodig is, maar ook of het misschien wat minder kan. Vooral bij mensen die last hebben van bijwerkingen kan dat succesvol zijn. Bijvoorbeeld iemand met bloeddrukmedicijnen die zich voortdurend duizelig voelt. Als de patiënt aangeeft daar veel last van te hebben, kunnen wij in overleg met de huisarts de dosis misschien iets verlagen waardoor de duizeligheid verdwijnt. Dan krijgen we wel terug van patiënten dat ze zich beter voelen, dat ze gewoon uit hun stoel kunnen opstaan en niet meteen weer moeten gaan zitten. Dat lijkt mij een bijdrage aan de vitaliteit.”


‘Zin hebben in het leven, actief zijn en goed slapen’
Diëtiste Marja Haak

MarjaHaak“Ik zie zeker meer mensen die wel vitaal zijn. Kijk, bij de diëtist gaat het niet alleen om het eetpatroon, het gaat om de hele leefstijl. Sport, beweging, hobby's, interesses en activiteiten zijn hier een onderdeel van. Als op het intakeformulier staat dat iemand niets aan beweging doet, niet sport, geen trek heeft in eten en slecht slaapt gaat bij mij een belletje rinkelen. Vitaliteit heeft ook te maken met hoe je omgaat met tegenslagen. Er zijn behoorlijk zieke mensen die ik toch vitaal zou noemen. Die altijd plannen blijven maken voor als het straks beter gaat.” 

Draag jij bij aan de vitaliteit van je cliënten?
“Goede voeding is de basis. Zonder dat, kan de motor gaan haperen, met alle gevolgen van dien. Wat ik kan doen is mensen informatie geven over wat voor hen gezonde voeding of een passend dieet is. De keuzes die daaraan vastzitten mogen ze zelf maken. Ik kan ze geen levensstijl opleggen. Niet veranderen is ook een keuze. Als ze heel veel op hun bordje hebben en eerst aan iets anders willen werken is dat prima. Het is mooi als het wel een keer gaat gebeuren, maar als dat niet zo is kan dat ook een keuze zijn. Als minder goed eten gewoon te lekker is, of het is je enige houvast, dan kan ik wel informatie geven maar die kennis is dan niet wat het zwaarste weegt. Dan veranderen mensen met bijvoorbeeld een hoog cholesterolgehalte hun eetpatroon niet, ze halen iets belangrijks uit hun slechte eetpatroon en kiezen ervoor om een extra pilletje te slikken. En dat mag, daar kan ik niets aan veranderen.

Verwijs je ook door?
“Het hangt er van af, als ik na een eerste of tweede gesprek echt het gevoel heb dat er iets niet goed gaat, neem ik contact op met de huisarts of POH. Ik maak na een eerste gesprek sowieso altijd een rapportage voor de verwijzer. Bij een cliënt in de ketenzorg  die door meerdere professionals vanuit onze praktijk wordt behandeld, zet ik mijn rapportage in het gedeelde computersysteem KIS, zodat, naast de huisarts, ook bijvoorbeeld de behandelende fysiotherapeut of POH het kunnen lezen. Die samenwerking met andere behandelaars vind ik belangrijk, het is voor mijn cliënten ook goed om te weten dat ze door een heel team worden gedragen.”


“Het is vooral je energiek voelen"
Sofie Zuidam, fysiotherapeut Fysio Alphen

 Zuidam“Voor mij is het is vooral je energiek voelen, je fit voelen en lekker in je vel zitten, dat is denk ik wel het belangrijkste. Daarbij denk ik dat het meer een gevoel is dat je moeilijk meetbaar kan maken. Wij meten natuurlijk in de praktijk o.a. de conditie en de spierkracht, dat zijn belangrijke voorwaarden om je fit te voelen, maar het belangrijkste is toch dat je je goed in je vel voelt zitten en dat laat zich niet gemakkelijk meten.

 Veel mensen komen bij ons via de huisarts na een ingrijpende aanleiding zoals een hersen-of hartinfarct, maar mensen zoeken ons ook zelf op als ze merken dat ze moeilijker gaan lopen of bewegen, door bijvoorbeeld pijnlijke gewrichten, verminderde kracht of door balansproblemen, of als ze voelen dat hun conditie achteruitgaat. 

We proberen ten eerste natuurlijk deze mensen goed op de been te krijgen, door ze te laten bewegen en te werken aan de algehele conditie. Zelf focus ik meer op de ouderenzorg (ik volg momenteel de masteropleiding geriatriefysiotherapie), daarbij kijk ik hoe mensen mobiel kunnen blijven en inspireer ik mensen om in conditie te blijven. Dat is essentieel omdat oudere mensen tegenwoordig langer thuis blijven wonen en hiervoor een bepaalde zelfredzaamheid nodig hebben, deze zelfstandigheid draagt bij aan een beter kwaliteit van leven. Als fysiotherapeuten kijken we hoe we mensen hiermee kunnen helpen, bijvoorbeeld met verschillende beweeggroepen en medisch fitness, waarbij mensen onder goede begeleiding kunnen sporten en bewegen." 

‘Voor mij ben je vitaal als je met plezier je dagelijkse dingen kan doen’

JillJill Siereveld is naast haar werkzaamheden als POHggz zelfstandig vitaliteitscoach. Veel mensen hebben de verwachting dat ze zich bezighoudt met het begeleiden van mensen tijdens sporten en bewegen.

Jill: “Als ik constateer dat mensen beter af zijn met ondersteuning bij bewegen of voeding verwijs ik ze door naar zorgverleners die daarin gespecialiseerd zijn.” Goed kunnen bewegen is maar één aspect van vitaliteit. De nadruk van Jill’s werk ligt op de behandeling van mensen met stress, burn-out en stemmingsklachten. Het doel is om hun leven weer ‘op de rit’ te krijgen. Deze vorm van behandelen wordt ook positieve coaching genoemd. 

Wat is volgens jou vitaliteit?
“Vitaliteit is lastig te meten en voor iedereen anders. Voor mij ben je vitaal als je je dagelijkse dingen, zoals werken, privé en sociale contacten met energie, plezier en passie doet en ook als ontspanning ervaart.”

Voor wie is positieve coaching geschikt?
“Ik zie mensen met klachten uit alle leeftijdsgroepen en met verschillende achtergronden. Mensen die stress ervaren door een disbalans in werk en prive. Daarnaast zie ik ook mensen met klachten die te maken hebben met sterke veranderingen in hun leven, de zgn. levensfaseproblematiek. Dat kunnen jonge moeders zijn, vrouwen waarvan de kinderen het huis uit zijn, mensen die ziek zijn geweest of mensen die een hun geliefde hebben verloren. Allemaal krijgen ze met een totaal ander levenspatroon te maken en soms kan dat voor stress- en/of burn-out klachten zorgen.”

Hoe gaat positieve coaching in zijn werk?
“Het belangrijkste onderdeel van de behandeling is in eerste instantie toch wel dat de patiënt de situatie waarin hij of zij is terecht gekomen moet accepteren. Hierna kun je werken aan de klachten. De patiënt leert haar of zijn eigen signalen herkennen en er iets mee te doen. Ik ga niet zozeer uit van de klachten maar start met wat de patiënt wel kan. Dat begint meestal met kleine dingen maar we bouwen dat steeds verder uit. Ik voer gesprekken van een half uur tot drie kwartier, in het begin breng ik in kaart wat de klachten zijn en waar deze vandaan kunnen komen. Slaapt de patiënt voldoende? eet hij of zij goed? Ik doe vaak een aanvullende test om de mate van stress in kaart te brengen en om te kijken of iemand last heeft van stemmingsstoornissen.

Op basis daarvan stel ik een behandelingstraject op. Ter ondersteuning gebruik ik een computerprogramma waarin aanvullende info en opdrachten worden gegeven en waarin ik berichten met de patiënt kan uitwisselen, dit werkt heel positief. Mocht een patiënt na een aantal gesprekken geen verbetering vertonen, verwijs ik door naar een instantie of psycholoog, dan zijn er wellicht diepere oorzaken voor de klachten waarin zij meer gespecialiseerd zijn.

Niet iedereen staat er direct voor open, maar ik vraag toch bij de meeste patiënten of ze dagelijks ontspanningsoefeningen willen gaan doen, vooral door het regelmatig oefenen komt er structuur. Echt, door elke dag te herhalen werkt het beter. In het begin voelt het niet gemakkelijk omdat je gedachten nog allerlei kanten opvliegen. Maar na een periode zal het rust brengen in situaties die stress oproepen, het lichaam zal teruggrijpen naar het moment waarop je je oefeningen deed.”

Bewegen helpt
"Bewegen is echt een medicijn. In de beginfase van de behandeling van een burn-out geeft het lichaam aan dat het op is en is bewegen geen optie dan kan een wandeling van 10 minuten al te veel  zijn. Rust en ontspanning is het enige dat helpt. Maar uiteindelijk dringen we er bij de patiënt op aan om dagelijks te gaan wandelen, de buitenlucht is goed en door het bewegen gebeurt er van alles in je lichaam waardoor je je beter gaat voelen en er weer energie gaat stromen." 

Wat kun je zelf doen?
“Je kunt jezelf trainen om klachten van burn-out, stress of ander ongemak te herkennen. Vraag jezelf met regelmaat af hoe je je voelt. Na een poosje kun je zelf wel zien of eventuele klachten iets tijdelijks waren of dat er misschien een verband is. Maar het kan ook dat je merkt dat je minder plezier hebt in je dagelijkse leven, somber bent en opziet tegen dingen waar je normaal gesproken je hand niet voor om draaide. Dan is het tijd om hulp te zoeken.”


 

... maar wat doe ik hier dan?
Britt van Dalen* vertelt over haar ervaring-en sinds zij bij Jill Siereveld onder behandeling is.

Jill2Hoe ben je bij Jill terechtgekomen?
“Via mijn huisarts, ik sliep heel slecht en voelde me niet lekker. Ik had het gevoel dat ik de grip aan het verliezen was en ik wilde weten waar dat vandaan kwam. Ik dacht zelf dat het kwam door zaken die op mijn werk speelden en behoorlijk heftig waren. De dokter verwees me door naar Jill en zei dat het voor een deel bij mijn werk lag maar ook voor een deel bij mezelf.”

Je had een andere gedachte bij positieve coaching?
“Toen ik voor het eerst bij Jill kwam had ik een heel andere verwachting. Ik dacht dat Jill me zou helpen meer weerstand te bieden op mijn werk. Maar Jill zei: ‘Dat doen we juist niet.’  Toen dacht ik, maar wat doe ik hier dan?

Na het eerste gesprek was ik niet zo enthousiast. Ik ging terug naar mijn huisarts met de vraag of dit nu wel voor mij zou gaan werken. De arts zei: ‘ laat het maar even gaan en ga verder met de gesprekken met Jill.” 

Houvast
“… maar na ons tweede gesprek werd Jill echt mijn houvast, ik besefte dat ik de grip weer terug kon krijgen door naar mij zelf te kijken. Ook het gevoel dat er iemand naast je staat vond ik heel fijn en natuurlijk dat ik het programma voor ontspanning en burn-out kon gebruiken. Ik ben wel iemand die zich daar helemaal in vastbijt. Ik kreeg het gevoel dat ik constructief bezig was. Ik hoopte dat het zo wel beter zou gaan.”

Hoe ging het verder met je werk?
"We zijn op het werk  nu in gesprek over ‘hoe nu verder?’ Ik heb nog niet volledig grip op mijn situatie. De eerste fase, het zoeken van rust, is wel gelukt. Nu sta ik aan het begin van de opbouwfase waarbij je niet werkt aan een ontspannen situatie, maar eerder aan een minder gespannen situatie. Ik heb daardoor goede en slechte momenten.” 

Is bewegen ook een item in je behandeling?
“Bewegen is toch wel mijn vijand. Ik ben niet sportief ingesteld. Ik lig nu liever op de bank en zoek dus liever mijn comfortzone dan er op uit te gaan om bijvoorbeeld te wandelen. Ik weet dat de buitenlucht en het bewegen, goed voor me is, dat ik daardoor helder kan nadenken en minder pieker, maar het blijft voor mij echt een worsteling om me ertoe te zetten. Daarom kies ik een doel, bijvoorbeeld naar de stad wandelen en boodschappen doen. Als ik dan toch gewandeld heb, is mijn dag gestart en zeg ik tegen mezelf dat ik niet zo moet mutsen.”

Je voelt je geholpen door Jill?
“Zeker, als ik kijk naar hoe ik er vier maanden geleden voorstond en hoe ik me nu voel, dat is echt een wereld van verschil. Ik ben er misschien nog lang niet maar ik kan nu wel mijn dagen doorkomen en dat is pure winst.”

Belangstelling voor de papieren versie? Deze ligt vanaf 9 oktober bij de diverse huisartsenpraktijken en apotheken voor u klaar.

BETER najaar 2019

­